Dyslexie treft wereldwijd één op de vijf kinderen, maar de meeste onderzoeken richten zich op de symptomen in plaats van op de oorzaak. Alexia, een 17-jarige leerlinge uit Gent, doorbrak dat patroon met een studie die niet alleen de jury van de International Science and Engineering Fair overtuigde, maar ook nieuwe hoop biedt voor miljoenen. Haar onderzoek naar de neurologische mechanismen achter dyslexie won de hoogste onderscheiding in de categorie gedrags- en sociale wetenschappen—een primeur voor een Belgische middelbare scholier.
Wat Alexia’s werk bijzonder maakt, is de combinatie van scherpe wetenschappelijke analyse en praktische toepasbaarheid. Terwijl veel studies vastlopen in theoretische modellen, toont haar onderzoek aan hoe kleine aanpassingen in leesmethodes het brein van dyslectici anders kunnen activeren. Voor ouders, leerkrachten en beleidsmakers die al jaren zoeken naar effectieve oplossingen, komt deze doorbraak op een cruciaal moment. De erkenning op internationaal niveau bewijst dat innovatie niet altijd uit hooggeschoolde laboratoria hoeft te komen—soms ligt de sleutel in de nieuwsgierigheid van een tiener met een missie.
Van schoolbank naar wereldpodium in één jaar
Precies 365 dagen geleden zat Alexia nog in de derde graad van het Sint-Lievenscollege in Gent, waar ze met een schrift vol schetsen en aantekeningen worstelde om de complexiteit van dyslexie te ontrafelen. Haar leraren herinneren zich nog hoe ze tijdens de pauzes in het schoollab bleef hangen, niet voor de grap, maar om hersenscans te bestuderen op een oude computer die ze van de biologieleraar mocht lenen. Wat begon als een bescheiden eindwerk groeide uit tot een onderzoeksproject dat nu internationale erkenning krijgt.
Het omslagpunt kwam toen ze een vergeten studie uit 2019 van het Max Planck Instituut tegenkwam over neuronale plasticiteit bij kinderen met leesstoornissen. Waar andere onderzoekers zich richtten op symptoombestrijding, zag Alexia een patroon in hoe hersenverbindingen zich herconfigureerden bij vroege interventie. Met beperkte middelen—een geleende EEG-headset en zelfgeschreven code—slaagde ze eraan om die bevindingen te koppelen aan een nieuwe methode die de leessnelheid bij proefpersonen met 23% verbeterde in slechts acht weken.
Haar schoolbanken ruilde ze in voor podia in Brussel, Londen en uiteindelijk Singapore, waar ze de Global Young Scientist Award in ontvangst mocht nemen. De jury prees niet alleen de wetenschappelijke diepgang, maar ook hoe ze complex neurowetenschappelijk onderzoek vertaalde naar praktische toepassingen voor klaslokalen. Terug in Gent lacht ze erom: het meisje dat ooit een onvoldoende haalde voor spelling, staat nu in contact met onderwijsministeries die haar model willen implementeren.
Wat opvalt is haar vermogen om abstracte data om te zetten in tastbare oplossingen. Tijdens de prijsuitreiking toonde ze een grafiek waaruit bleek dat 60% van de deelnemers aan haar pilot na drie maanden nog steeds vooruitgang boekte—een zeldzaam resultaat in een veld waar veel interventies maar kortstondig effect hebben. Leerkrachten die met haar samenwerkten, benadrukken hoe ze zonder enige academische training een brug slaat tussen laboratorium en klaspraktijk.
Hoe een tiener de dyslexie-puzzel anders benaderde
Dyslexie was voor Alexia nooit zomaar een leerstoornis—het was een raadsel dat om een andere benadering vroeg. Terwijl traditioneel onderzoek zich vaak richt op de moeite met klanken en letters, koos zij voor een onverwachte insteek: de rol van visuele verwerking. Waarom zien sommige kinderen letters dansen of vervagen, terwijl anderen ze stabiel waarnemen? Die vraag zette haar op het spoor van een onderbelicht aspect in de neurowetenschap.
Haar hypothese was simpel maar radicaal. In plaats van dyslexie puur als een auditief probleem te behandelen, onderzocht ze hoe het brein visuele prikkels verwerkt bij het lezen. Met behulp van geavanceerde eye-trackingsoftware en hersenscans bij 45 proefpersonen (waarvan 22 met gediagnosticeerde dyslexie) ontdekte ze een opvallend patroon: bij dyslectische lezers duurde het gemiddeld 0,3 seconden langer voordat de visuele cortex letters als stabiele eenheden herkende. Een klein verschil met grote gevolgen.
Wat Alexia’s onderzoek onderscheidt, is de praktische toepasbaarheid. Ze ontwikkelde een prototype van een leesbril die subtiele visuele ruis filtert—gebaseerd op haar bevindingen dat bepaalde golflengtes van licht de letterherkenning bij dyslectici vertragen. Neurologen van de Universiteit Gent bevestigden dat haar benadering aansluit bij recente inzichten over sensorische integratie, een veld dat nog in de kinderschoenen staat.
Haar methode trok internationale aandacht omdat ze aantoonde dat dyslexie niet alleen gaat over hoe kinderen leren lezen, maar ook over wat ze precies zien. Een inzicht dat mogelijk de deur opent naar nieuwe hulpmiddelen—zonder de traditionele focus op fonetische training los te laten.
De doorbraak: kunstmatige intelligentie meet hersenactiviteit
Het was geen toeval dat Alexia’s onderzoek de jury van de International Science and Engineering Fair overtuigde. Haar methode combineert kunstmatige intelligentie met realtime hersenscans om dyslexie eerder en nauwkeuriger te detecteren dan bestaande tests. Waar traditionele diagnostiek vaak vertrouwt op gedragsobservaties en standaardisede taaltaken, analyseert haar systeem patronen in hersenactiviteit die al in de eerste schooljaren afwijken. Neurologen bevestigen dat vroege signalering cruciaal is: uit onderzoek blijkt dat kinderen met dyslexie die voor hun achtste verjaardag gerichte ondersteuning krijgen, 70% minder achterstand oplopen in leesvaardigheid op latere leeftijd.
De techniek maakt gebruik van een lichtgewicht EEG-apparaat dat hersengolven meet terwijl kinderen korte klankoefeningen doen. Een zelflerend algoritme vergelijkt de data met een database van duizenden scans van leeftijdsgenoten. Afwijkingen in de temporale kwab—het gebied dat verantwoordelijk is voor taalverwerking—worden binnen minuten geïdentificeerd.
Wat Alexia’s aanpak bijzonder maakt, is de toegankelijkheid. Waar MRI-scans duur en tijdrovend zijn, kost haar systeem een fractie en kan het worden ingezet in reguliere scholen. “Dit sluit de kloof tussen wetenschappelijk inzicht en praktische toepassing,” aldus een lid van de beoordelingscommissie. De technologie is nog in ontwikkeling, maar de eerste proeven in Gentse basisscholen tonen belofte: leerkrachten kunnen nu al vroegtijdig signaleren welke leerlingen extra hulp nodig hebben, zonder te wachten op formele diagnostiek.
Critici wijzen op ethische vraagstukken rondom datagebruik en privacy, maar Alexia benadrukt dat alle scans anoniem worden verwerkt en uitsluitend voor diagnostische doeleinden. Haar focus ligt op één doel: voorkomen dat kinderen met dyslexie onnodig vastlopen in een onderwijssysteem dat niet is afgestemd op hun behoeften.
Wat Alexia’s onderzoek betekent voor dagelijks leesonderwijs
Alexia’s onderzoek naar de neurale mechanismen achter dyslexie werpt een nieuw licht op hoe leesonderwijs zou kunnen evolueren. Haar bevindingen tonen aan dat traditionele methodes—die vaak vertrouwen op herhaling en fonetische oefeningen—niet altijd aansluiten bij de manier waarop het brein van dyslectische leerlingen informatie verwerkt. Dat betekent niet dat bestaande technieken overboord moeten, maar wel dat er ruimte is voor een meer gepersonaliseerde aanpak. Scholen die nu al werken met adaptieve leersystemen, zoals die in Finland en Zweden, zien alvast betere resultaten: uit recent Europees onderzoek blijkt dat leerlingen met dyslexie daar tot 23% sneller vooruitgang boeken wanneer lesmateriaal wordt afgestemd op hun specifieke cognitieve patronen.
Concreet zou Alexia’s werk kunnen leiden tot de ontwikkeling van leesprogramma’s die rekening houden met individuele verschillen in visuele en auditieve verwerking. Denk aan software die woorden niet alleen harder of langzamer voorleest, maar ook de lettergrootte, kleurcontrast of spatie tussen letters dynamisch aanpast op basis van hoe een leerling informatie het best opneemt. Dergelijke tools bestaan al in beperkte vorm, maar Alexia’s inzichten kunnen ze preciezer maken.
Voor leraren zelf vraagt dit om een verschuiving in denken. Waar leesonderwijs nu vaak gericht is op het corrigeren van fouten, zou de focus meer kunnen liggen op het begrijpen waarom een leerling bepaalde letters of woorden moeizaam herkent. Dat betekent niet dat elke docent neurowetenschapper moet worden, maar wel dat basiskennis over hoe het brein leert lezen een vast onderdeel zou moeten zijn van lerarenopleidingen.
Tot slot biedt het onderzoek hoop voor leerlingen die zich nu nog gefrustreerd voelen door het standaard lesaanbod. Als scholen de bevindingen vertalen naar de praktijk, zou dat kunnen betekenen: minder eenheidsworst, meer maatwerk. En dat is precies wat dyslectische kinderen nodig hebben om zelfvertrouwen op te bouwen—niet alleen in het lezen, maar in leren als geheel.
Van Gent naar Harvard: wat nu voor de jonge wetenschapper?
De overwinning bij de International Science and Engineering Fair opent voor Alexia deuren die voor de meeste leeftijdsgenoten nog jaren gesloten blijven. Met een beurs van 50.000 dollar en een uitnodiging voor het Harvard Visiting Undergraduate Program staat ze plots tussen de beloftevolle jongeren die universiteiten wereldwijd graag aantrekken. Onderzoekers van toonaangevende instituten benadrukken dat slechts 0,3% van de deelnemers aan dergelijke wedstrijden uiteindelijk een publicatie in een wetenschappelijk tijdschrift behaalt—laat staan op 17-jarige leeftijd.
Harvard biedt haar een uniek traject: ze mag college lopen bij de Department of Psychology, waar haar onderzoek naar dyslexie en neurale plasticiteit aansluit bij lopende studies. Geen standaard eerstejaarsvakken, maar direct meedraaien in labs waar cognitieve neurowetenschappers werken aan vergelijkbare thema’s. De universiteit stelt dergelijke kansen alleen open voor uitzonderlijk talent dat al bewijs heeft geleverd—zoals Alexia, wier data nu worden bekeken door een team dat werkt aan vroege diagnostiek van leesstoornissen.
Toch blijft de keuze niet zonder dilemma’s. Terugkeren naar België na een jaar in de VS zou betekenen dat ze haar middelbare school moet afronden, terwijl Harvard haar al nu uitdaagt voor een versneld bachelorprogramma. Sommige wetenschappers waarschuwen voor de valkuilen van te vroege specialisatie; anderen wijzen op voorbeelden als Maryam Mirzakhani, die op 17-jarige leeftijd eveneens een internationale prijs won en later een Fields Medal behaalde. Voor Alexia gaat het niet langer om of ze doorstudeert, maar waar—en hoe ze haar onderzoek naar dyslexie het snelst kan vertalen naar praktische toepassingen.
Haar ouders, beide werkzaam in het onderwijs, volgen de ontwikkelingen met gemengde gevoelens. Een moeder die dagelijks dyslectische leerlingen begeleidt, ziet hoe het onderzoek van haar dochter direct impact kan hebben. Maar de realiteit van een tiener die plots tussen topwetenschappers staat, vraagt ook om een stevig netwerk. Gelukkig heeft de Universiteit Gent al aangeboden om als thuisbasis te fungeren mocht Alexia kiezen voor een hybride traject.
Alexia’s onderzoek toont aan dat dyslexie niet enkel een uitdaging is, maar ook een kans om het brein anders te begrijpen—en beter te ondersteunen. Haar vinding, dat gerichte auditieve training de leesvaardigheid significant kan verbeteren, doorbreekt jarenlange aannames en biedt hoop voor miljoenen leerlingen die worstelen met taal. Scholen en logopedisten zouden haar methode moeten integreren in bestaande programma’s, niet als vervanging, maar als krachtige aanvulling op traditionele hulp. Met dit soort innovatie staat vast: de volgende generatie dyslectische kinderen zal niet alleen meekomen, maar misschien wel sneller en creatiever leren dan ooit tevoren.

