Met een klinische 3-0 overwinning veegde Ajax woensdagavond AS Monaco van het veld in een wedstrijd die alles behalve een formaliteit bleek. De Amsterdammers toonden vanaf de eerste minuut wie de baas was in de Johan Cruijff ArenA, met een dominant optreden dat de Franse club geen enkele kans liet. Een vroege treffer van Steven Bergwijn zette de toon, gevolgd door een meesterlijke actie van Brian Brobbey en een afrondende goal van Kenneth Taylor—een score die Monaco’s Europese dromen definitief de das omdeed.

Deze confrontatie tussen Ajax en Monaco was meer dan een gewone groepsfasewedstrijd; het was een rechtstreeks duel om overleven in de Champions League. Voor de Nederlandse kampioen betekent deze zege niet alleen drie cruciale punten, maar ook een statement naar de rest van groep E. Met nog twee speelronden te gaan, heeft Ajax nu zelf de regie in handen—terwijl Monaco, ondanks eerdere beloften, weer eens struikelt op het hoogste niveau. De vraag is niet langer óf de Amsterdammers doorstoten, maar hóe ver ze deze editie kunnen gaan.

Hoe Ajax de groepsfase binnenstebuiten keerde

Ajax begon de Champions League-groepsfase met een schokkende 1-4 nederlaag tegen Brighton, gevolgd door een teleurstellend gelijkspel tegen Marseille. De kritiek regende neer, de druk op trainer Maurice Steijn groeide en het vertrouwen leek verdwenen. Maar in plaats van te bezwijken, toonde de ploeg een opmerkelijke veerkracht. Met drie overwinningen op rij—twee tegen Rangers en een cruciale zege op Marseille—draaide Ajax het tij. De 3-0 tegen Monaco was de kroon op het werk: van groepsonderaan naar de tweede plaats in de poule.

De omslag kwam niet uit het niets. Steijn schakelde na de eerste twee wedstrijden over op een 4-2-3-1-systeem, met Branthwaite en Rulli als vaste waarden achterin. De defensieve stabiliteit keerde terug, terwijl de aanval met spelers als Bergwijn en Akpom plotseling scherp voor doel stond. Vooral de 4-2 thuisoverwinning op Marseille—waar Ajax na rust compleet overheerste—markeerde het keerpunt. Analisten wezen op de verbeterde balcirculatie: van 42% balbezit in de eerste twee duels naar gemiddeld 58% in de laatste vier wedstrijden.

Tegen Monaco was die groei zichtbaar in elke fase van het spel. De openingstreffer van Akpom na 8 minuten was geen toeval, maar het resultaat van gecontroleerd opbouwen en druk zetten hoog op het veld. Waar Ajax eerder kwetsbaar was voor counters, sloten de verdedigers nu compact en lieten ze Monaco amper kansen creëren. De 3-0 eindscore had zelfs ruimer kunnen uitvallen—Bergwijn miste een strafschop, en Taylor had nog twee grote kansen.

De groepsfase eindigde zoals weinig verwacht hadden: met Ajax als een van de sterkste nummers twee. Een ploeg die in september nog wankelde, toonde in november karakter, tactisch inzicht en efficiëntie. De weg naar de knock-outfase ligt open, al weet iedereen: de echte test moet nog komen.

Een klinische avond in de Johan Cruijff ArenA

De Johan Cruijff ArenA ademde woensdagavond pure Champions League-sfeer. Met 52.000 toeschouwers op de tribunes en een Ajax dat van meet af aan het initiatief nam, voelde de wedstrijd tegen AS Monaco als een klassieke Europese avond in Amsterdam. De lichten, het geluid, de spanning—alles was present om de beslissende groepswedstrijd om te toveren tot een onvergetelijk spektakel. Vooral de eerste helft toonde een Ajax dat met precisie en tempo de Fransen onder druk zette, waarbij elke aanval golf na golf van gejuich losmaakte.

Al in de 12e minute liet Ajax zien waarom thuisvoordeel in deze competitie zo waardevol is. Een snelle combinatie via Steven Berghuis en Dušan Tadić eindigde in een scherpe voorzet, die Brian Brobbey met een klinische kopbal binnenwerkte. De ArenA ontplofte, en Monaco leek direct uit balans. Statistieken van Opta bevestigden later dat Ajax in de eerste 45 minuten maar liefst 14 schoten produceerde—een cijfer dat de dominantie van de Amsterdammers onderstreept.

Na rust behield Ajax de controle, maar Monaco probeerde met snelle counters gevaar te creëren. Toch was het opnieuw Ajax dat toesloeg. Kenneth Taylor, onopvallend maar effectief, dicteerde het middenveld en zette met een diepe pass Mohamed Kudus vrij. De Ghanees maakte geen fout: 2-0. De derde treffer, een strak schot van Steven Bergwijn na een slimme terugleg van Tadić, bezegelde de overwinning en liet Monaco verslagen achter.

De avond eindigde zoals hij begonnen was: met een staande ovatie voor een Ajax dat lieten zien waarom ze in deze competitie thuis horen. De 3-0 zege was niet alleen een sportieve afstraffing, maar ook een statement—eentje dat in de rest van de competitie ongetwijfeld zal nagalmen.

Tactisch meesterwerk of Monaco’s eigen ondergang?

Monaco’s aanpak tegen Ajax roept vragen op. De Franse ploeg koos voor een ultra-defensieve 5-4-1-opstelling, met slechts Adama Traoré als spits. Een gok die mislukte: Ajax domineerde met 65% balbezit en 18 schoten op doel, waarvan drie raak. Analisten wijzen op het gebrek aan creativiteit in Monaco’s middenveld, waar de balcirculatie stokte en counteraanvallen nauwelijks van de grond kwamen.

Was het tactisch genie of zelfmoord? Monaco-trainer Adi Hütter verdedigde zijn keuze door te wijzen op Ajax’ sterke drukvoetbal. Toch liet de uitvoering te wensen over. De verdediging stond compact, maar fouten in de opbouw kostten duur: twee van de drie Ajax-doelpunten ontstonden na balverlies in eigen helft. Vooral de 2-0, waar Daley Blind een slordige terugspeelbal afstrafte, toonde de kwetsbaarheid.

Statistieken onderstrepen het probleem. Volgens Opta had Monaco in de eerste helft slechts 37% van de duels gewonnen, een cijfer dat in de tweede periode verder daalde. De keuze om Traoré als enige aanvaller te laten opereren, zonder ondersteuning van een tweede spits of creatieve vleugelspeler, bleek funest. Ajax’ verdedigers hadden amper moeite met de beperkte dreiging.

Critici vragen zich af of Monaco te passief speelde. Terwijl Ajax met snelle combinaties en wisselende posities de verdediging uitdaagde, leek Monaco vooral te hopen op individuele fouten. Een risicovolle strategie in een wedstrijd waar alleen een overwinning telde.

Wat deze overwinning betekent voor de achtste finales

De 3-0 overwinning op Monaco is meer dan een simpele zege voor Ajax. Het is een statement in een toernooi waar de Amsterdammers de afgelopen jaren vaak struikelden in de knock-outfase. Met deze score lijn de ploeg van Maurice Steijn zich op tussen de laatste zestien, maar de manier waarop ze won, spreekt boekdelen. Een dominante eerste helft, gecombineerd met een klinische afwerking, toont een team dat niet alleen technisch sterk is, maar ook mentaal gegroeid. Voor een club die in de vorige vijf Champions League-deelnames slechts één keer de kwartfinales haalde, voelt dit als een doorbraak.

Statistieken onderstrepen dat gevoel. Ajax is nu ongeslagen in zeven opeenvolgende Europese thuiswedstrijden, met een doelsaldo van 21-4 in die periode. Analisten wijzen erop dat vooral de defensieve organisatie een sprong voorwaarts heeft gemaakt—Monaco, een ploeg met snelle vleugelspelers en een fysieke middenveld, kreeg amper kansen van betekenis. Dat discipline is cruciaal in de achtste finales, waar tegenstanders als Bayern München, Real Madrid of Arsenal wachten. Een enkele fout wordt daar genadeloos afgestraft.

De loting zal bepalen hoe ver Ajax kan gaan, maar de mentaliteit is anders dan in eerdere campagnes. Waar de ploeg onder Erik ten Hag soms kwetsbaar leek in beslissende momenten, toonde het huidige elftal tegen Monaco een koelbloedigheid die ontbrak in nederlagen tegen teams als Benfica of Chelsea. Spelers als Branthwaite en Akpom, die deze wedstrijd doorslaggevend waren, hebben Europese ervaring opgedaan sinds hun aankomst. Dat maakt het verschil in een toernooi waar details het verschil maken.

Voor de supporters is de hoop terug—niet de blindelinge euforie van 2019, maar een geruststellend gevoel dat deze Ajax weer vecht om elke bal. De achtste finales worden geen formaliteit, maar de manier waarop Monaco werd weggezet, bewijst dat de Amsterdammers deze keer niet als onderdanige outsider aantreden. Ze hebben zich een plek veroverd tussen de elite. Nu is het zaak die ook te behouden.

Europese ambities: kan Ajax nog verder komen?

Met een overtuigende 3-0 zege tegen AS Monaco heeft Ajax de Champions League-groepsfase afgesloten als ongeslagen koploper. De Amsterdammers toonden opnieuw waarom ze tot de favorieten behoren voor de knock-outfase, met een spelstijl die zowel technisch als fysiek indruk maakte. Vooral de middenveldcombinatie van Kenneth Taylor en Ryan Gravenberch dicteerde het tempo, terwijl Brian Brobbey met zijn doelpuntinstinct de verdediging van Monaco voortdurend onder druk zette.

De vraag is nu hoe ver deze ploeg kan gaan in Europa. Analisten wijzen op de statistiek dat slechts drie Nederlandse clubs ooit de halve finales van de Champions League haalden sinds het huidige format in 1992—Ajax zelf was daar tweemaal bij (1995, 1997). Deze editie toont echter een team met meer diepgang dan in jaren het geval was. De verdediging, met Jurriën Timber als rots, heeft in zes groepswedstrijden slechts drie tegendoelpunten geïncasseerd.

Toch blijft de concurrentie in de volgende ronde meedogenloos. Potentiële tegenstanders als Bayern München, Manchester City of Real Madrid hebben niet alleen individueel sterke spelers, maar ook de ervaring in cruciale momenten. Ajax’ jong talent zal moeten bewijzen dat ze onder hoge druk kunnen presteren—iets wat in de groepsfase al glimpen liet zien, maar in de knock-outfase een andere dimensie krijgt.

De Europese ambities van Ajax hangen ook af van de fysieke en mentale frisheid. Met een compacte selectie en een drukke wedstrijdkalender in de Eredivisie, zal trainer Maurice Steijn slim moeten rouleren zonder het ritme te verliezen. De 3-0 tegen Monaco was een statement, maar de echte test komt pas.

Ajax liet tegen Monaco zien waarom de Amsterdamse club in Europa nog altijd gevreesd wordt: met een klinische 3-0 overwinning toonde het elftal van John van ’t Schip karakter, tactisch inzicht en de nodige scherpte voor doel. De combinatie van jonge beloften en ervaren krachten als Branthwaite en Akpom bleek opnieuw een winnende formule, vooral als de druk het hoogst is. Voor supporters die de Champions League-droom levend willen houden, is dit het moment om achter het team te staan—de volgende tegenstander in de knock-outfase zal weten dat Ajax niet zomaar opzijgaat. Deze wedstrijd markeert niet het einde, maar het begin van een nieuwe fase waarin Europa weer moet rekening houden met de Amsterdammers.