Een 1-3 nederlaag tegen NAC Breda in eigen huis—het was een resultaat dat zelfs de meest kritische Ajax-supporter niet had zien aankomen. De Amsterdammers, die vorige week nog met 4-0 wonnen van Feyenoord, toonden zondagavond een schrikbarend zwak gezicht. Drie tegendoelpunten in de Johan Cruijff ArenA, waarvan twee in de eerste helft, maken deze thuiswedstrijd tegen de Breda’rs meteen een van de pijnlijkste momenten van het seizoen. Trainer John van ’t Schip zag zijn ploeg struikelen over basale fouten, terwijl NAC efficiënt toesloeg en de overwinning met beide handen aangreep.

De klap komt hard aan voor Ajax, dat zich juist leek te herpakken na een wisselvallige seizoenstart. De confrontatie met NAC—een ploeg die normaal gesproken niet tot de top van de Eredivisie behoort—had een routinezege moeten worden, maar liep uit op een vernedering. Voor de fans is dit meer dan een verlies: het roept herinneringen op aan eerdere seizoenen waarin onverwachte tegenslagen de ploeg uit balans brachten. Met de winterstop in zicht, staat Ajax nu voor een cruciale vraag: was dit incidentel, of een signaal dat dieper liggende problemen blootlegt?

Een avond vol verwachtingen in De Kuip

De Kuip bruiste zondagavond van een ongebruikelijke spanning. Niet de vertrouwde Europese avonden of klassiekers tegen Feyenoord of PSV, maar een ogenschijnlijk routineus duel met NAC Breda dat plotseling aanvoelde als een beslissende confrontatie. De 47.000 toeschouwers, waaronder een opvallend grote NAC-aanhang, vulden het stadion met een mengeling van hoop en zenuwen—Ajax stond onder druk na een wisselvallig seizoen, terwijl Breda met verrassend elan de play-offs voor Europees voetbal najaagde.

Voorafgaand aan de wedstrijd wezen de statistieken op een duidelijk voordeel voor de Amsterdammers. Ajax had in de laatste tien onderlinge ontmoetingen slechts één keer verloren van NAC, en thuis was de ploeg van John van ’t Schip nog nooit verslagen door de Bredanaars in de Eredivisie. Toch hing er een onbestemde twijfel in de lucht, versterkt door het feit dat Breda dit seizoen al punten had gepakt tegen topclubs als Feyenoord en AZ.

De sfeer in en rond het stadion was elektrisch, met NAC-fans die vanaf het eerste fluitsignaal luidkeels hun aanwezigheid kenbaar maakten. De Ajax-aanhang reageerde met vertrouwde gezangen, maar de gebruikelijke dominantie ontbrak. Ook op het veld was de spanning voelbaar: beide teams startten voorzichtig, alsof ze elkaars zwaktes probeerden te peilen voordat ze toesloegen.

Analisten benadrukten voor aanvang dat deze wedstrijd meer was dan drie punten. Voor Ajax ging het om het herwinnen van vertrouwen na een reeks teleurstellende resultaten, terwijl NAC de kans rook om zich definitief in de subtiele strijd te mengen. De eerste helft zou uitwijzen wie het beste tegen de druk kon.

NAC’s verpletterende eerste helft: 0-3 in twintig minuten

De eerste twintig minuten in de Kuip zullen Ajax-fans nog lang bijblijven—maar niet om trots op te zijn. NAC Breda stormde als een orkaan over het veld, met een verpletterende 0-3 voorsprong die de Amsterdammers compleet verraste. Al in de vijfde minuut opende Sydney van Hooijdonk de score met een scherpe kopbal na een perfecte voorzet van Anouar El Azzouzi. De defensieve rommel bij Ajax was direct zichtbaar: slechte positionering, aarzelende passes en een gebrek aan agressie in duels.

Nog voor de supporters goed en wel op hun stoel zaten, verdubbelde NAC de voorsprong. Een snelle counter via de rechterflank eindigde in een doortastende actie van Thomas Verheydt, die koelblauwig de 0-2 binnen schoot. Voetbalanalisten wezen later op de opvallende statistiek dat Ajax in de eerste kwartier slechts 38% balbezit had—een zeldzaam dieptepunt voor een ploeg die normaal gesproken het spel dicteert. De thuisploeg leek verstijfd, alsof de druk van de recente tegenvallende resultaten hen nu definitief lamlegde.

De derde treffer, opnieuw van Van Hooijdonk, was de genadeklap. Een slecht getimede uitval van Ajax-doelman Diant Ramaj liet de NAC-aanvaller toe om met een eenvoudige lob de 0-3 op het bord te zetten. De Kuip viel stil, op een paar gefrustreerde kreten na. Terwijl NAC-spelers elkaar juichend omhelsden, stonden de Ajax-verdedigers verslagen in het veld, alsof ze zelf niet begrepen wat hen overkwam.

De rust kon voor de Amsterdammers niet snel genoeg komen. Trainer Maurice Steijn, die normaal gesproken rust uitstraalt langs de lijn, stond met gefronste wenkbrauwen en gebalde vuisten. Zijn team had niet alleen drie doelpunten tegen gekregen—het had ook elke vorm van controle over de wedstrijd verloren.

Ajax’ zwakke verdediging en gebrek aan creativiteit

De nederlaag tegen NAC blootlegde opnieuw de chronische problemen in de Ajax-verdediging. Met name de rechterflank, waar neither Devyne Rensch noch Anton Gaaei wist te overtuigen, bleek een gemakkelijk doelwit. NAC’s tweede treffer, voortkomend uit een eenvoudige voorzet langs de onbewaakte flank, illustreerde hoe kwetsbaar Ajax is bij balverlies in eigen helft. Analisten wezen erop dat de ploeg dit seizoen al 14 doelpunten tegen kreeg na individuele fouten in de defensie – een cijfer dat schril afsteekt bij de traditionele defensieve stabiliteit van de club.

Ook het middenveld toonde een opvallend gebrek aan creativiteit. Zonder een echte regisseur die het spel kon dicteren, belandden aanvallende opbouwpogingen vaak in voorspelbare passes naar de zijkant. Kenneth Taylor, normaal gesproken een betrouwbare schakel, verloor in de eerste helft maar liefst 6 van de 10 een-op-een duels, wat NAC de ruimte gaf om snel om te schakelen.

De afwezigheid van een echte playmaker werd pijnlijk duidelijk in de tweede helft, toen Ajax ondanks 65% balbezit nauwelijks gevaarlijke kansen wist te creëren. De enige schotkans van formaat, een afstandsschot van Steven Bergwijn, was meer toeval dan structuur. Voormalige spelers benadrukten na afloop dat het huidige elftal mist wat eerdere Ajax-teams typeerde: de combinatie van snelle balcirculatie en onvoorspelbare individuele acties.

Trainer John van ’t Schip zag zich genoodzaakt al vroeg in de wedstrijd te wisselen, maar zelfs de introductie van Carlos Borges bracht weinig verandering. De aanval bleef te statisch, met te weinig beweging tussen de lijnen. NAC’s compacte verdediging hoefde amper in te grijpen, omdat Ajax zelf geen tempo of variatie in het spel wist aan te brengen.

Supporters reageren furieus na nederlaag

De nederlaag tegen NAC Breda sloeg in als een bom bij het Ajax-publiek. Binnen enkele minuten na het eindsignaal overspoelden sociale media zich met woedende reacties. Supporters spraken van een “historische schande” en wezen met name naar de defensieve fouten die tot de 1-3 nederlaag leidden. De teleurstelling was des te groter omdat NAC voor de wedstrijd als koploper in de Eredivisie werd gezien, maar Ajax in eigen huis zo kansloos bleek.

Vooral de tweede helft, waarin NAC twee keer scoorde, zorgde voor frustratie. Volgens analyses van voetbalstatistieken was Ajax met 62% balbezit dominant, maar slaagde er niet in om die druk om te zetten in doelpunten. De verdediging, die dit seizoen al vaker onder vuur lag, kreeg opnieuw de volle laag. “Dit is geen topvoetbal meer,” schreef een supporter op een forum, verwijzend naar de afwezigheid van creativiteit in de aanval.

Ook de keuzes van de trainer werden fel bekritiseerd. Het wisselen van een verdediger in de 70e minuut, terwijl de achterhoede al wankelde, viel slecht bij de fans. Sommigen wezen erop dat NAC met gerichte counteraanvallen de zwakke plekken blootlegde—een tactiek die eerder dit seizoen ook al door andere tegenstanders werd toegepast.

De sfeer op de tribunes was grimmig, met gefluit en spandoeken die de spelersgroep opriepen tot verbetering. Een groep supporters bleef na afloop demonstratief voor de spelersbus staan, een teken dat de onvrede dieper gaat dan één slechte wedstrijd. Voor Ajax, dat vorig seizoen nog om de titel meedeed, is de druk om snel te herstellen groter dan ooit.

Wat betekent dit voor de rest van het seizoen?

De nederlaag tegen NAC komt als een harde klap voor Ajax, dat dit seizoen al moeite heeft om consistentie te vinden. Met slechts twee overwinningen in de laatste zes competitiewedstrijden zakt de ploeg verder weg in de middenmoot. Analisten wijzen erop dat de defensieve kwetsbaarheid—drie tegendoelpunten tegen een ploeg als NAC—een structureel probleem blootlegt. Zonder duidelijke verbetering dreigt Ajax de aansluiting met de top vier volledig te verliezen.

De komende weken worden cruciaal. Ajax speelt tegen direct concurrenten als Feyenoord en AZ, wedstrijden die de toon zetten voor de rest van het seizoen. Een slechte reeks zou niet alleen de Europese ambities doen vervliegen, maar ook de druk op trainer Maurice Steijn vergroten. Statistieken tonen aan dat teams die na 15 speelronden buiten de top zes staan, slechts in 12% van de gevallen nog een Europees ticket weten te bemachtigen.

De selectie lijkt mentaal kwetsbaar. Spelers als Brian Brobbey en Steven Bergwijn moeten nu leiderschap tonen, maar hun invloed blijft wisselvallig. Het gebrek aan creativiteit in de aanval—slechts één schot op doel tegen NAC—is een zorgwekkend signaal.

Voor de supporters is de situatie frustrerend. De Johan Cruijff ArenA, normaal gesproken een vesting, veranderde zondag in een arena van ongeloof. Als Ajax niet snel een ommekeer forceert, dreigt het seizoen uit te monden in een teleurstellend middelmotig avontuur.

De 1-3 nederlaag tegen NAC in De Kuip legt genadeloos bloot hoe kwetsbaar Ajax momenteel is, zowel tactisch als mentaal—een team dat worstelt met basale defensieve organisatie en het ontbreekt aan leiderschap wanneer de druk toeneemt. Voor supporters die al maanden wachten op tekenen van herstel, voelt deze thuisnederlaag tegen een middenmoter als een nieuwe, pijnlijke bevestiging dat de club diep in crisis verkeert. Als de technische staf en spelersgroep deze trend willen keren, is een radicale herziening nodig: minder experimenten met opstellingen, meer focus op compacte verdediging en het terugbrengen van vechtlust in elk duel. Zonder ingrijpende veranderingen dreigt dit seizoen niet alleen teleurstellend, maar ook richtingloos te eindigen in een competitie waar zelfs punten tegen ‘kleinere’ ploegen geen vanzelfsprekendheid meer zijn.