Een schok ging zondag door de Johan Cruijff ArenA toen FC Groningen Ajax met 3-1 versloeg, een uitslag die niemand had zien aankomen. De ploeg uit het noorden, die dit seizoen al vaker verrassende resultaten neerzette, troefde de Amsterdammers af met een combinatie van scherpe aanvallen en ijzersterke verdediging. Voor Ajax, dat thuis al 18 wedstrijden ongeslagen was, kwam de nederlaag als een koude douche—met name omdat Groningen al sinds 2016 niet meer in Amsterdam had gewonnen.
De overwinning van Groningen tegen Ajax is meer dan een eenmalige stunt; het toont aan dat de Eredivisie dit seizoen onvoorspelbaarder is dan ooit. Voor de supporters van de Godenzonen is de vraag hoe een team dat Europees voetbal nastreeft, thuis zo makkelijk kan worden gepasseerd door een middenmoter. Aan de andere kant bevestigt Groningen met deze zege weer eens dat ze, ondanks hun bescheiden budget, elke topclub kunnen dwarszitten als de dag goed zit.
Een dominante start, een schokkende val
Ajax begon als een stoomwals. Binnen tien minuten had de ploeg van trainer Maurice Steijn al twee grote kansen gecreëerd, met Brian Brobbey die de lat raakte en een schot van Steven Bergwijn dat knap werd geklopt door FC Groningen-doelman Peter Leeuwenburgh. De dominantie was voelbaar: 73% balbezit in de eerste helft en een passing accuracy van 92% in de eigen helft. Toch bleef de score onveranderd, en dat zou later als een waarschuwing blijken.
De openingstreffer kwam in de 27e minuut, maar niet van Ajax. Tegen de loop van het spel in benutte Groningen een snelle counter via Jorgensen, die met een precieze voorzet Daleho Irandust in staat stelde om koel af te maken. De Johan Cruijff ArenA viel even stil. Ajax reageerde met meer druk, maar de ruststand bleef 0-1—een schok voor een team dat in de laatste vijf thuiswedstrijden niet minder dan 15 goals had gemaakt.
Na de pauze leek Ajax wakker te schieten. Kenneth Taylor vond de gelijkmaker met een afstandsschot dat via een Groningen-verdediger in het doel belandde. De opluchting was van korte duur. Binnen vijf minuten sloeg Groningen terug: eerst via een strakke kopbal van Van Gelderen, vervolgens met een afronder van Pepi na een defensieve misser. 1-3. De thuisploeg, die normaal gesproken gemiddeld 2,1 doelpunten per wedstrijd scoort, stond plotseling met lege handen.
Analisten wezen na afloop op de kwetsbaarheid in de Ajax-verdediging, vooral bij balverlies in de opbouw. Groningen, dat voor de wedstrijd als koploper in contractions stond, benutte die zwakte meedogenloos. Drie van de vier tegendoelpunten die Ajax deze competitie incasseerde, kwamen voort uit dergelijke fouten—een patroon dat Steijn na de wedstrijd niet kon ontkennen.
Groningen ontregelt Ajax met klinisch tegenvoetbal
Groningen toonde zondag in de Johan Cruijff ArenA een meesterklasse in efficiënt tegenvoetbal. Waar Ajax met 65% balbezit de regie leek te hebben, ontmantelde de ploeg van Dick Lukkien het Amsterdamse spel met scherpe counteraanvallen en een ijzeren defensieve organisatie. De 3-1 zege was geen toevalstreffer, maar het resultaat van een tactisch briljant uitgevoerd plan: compact verdedigen, snel omschakelen en genadeloos afmaken.
De statistieken vertellen het verhaal. Groningen creëerde slechts vijf kansen, maar drie daarvan eindigden in het net. Vooral de eerste helft was een les in klinisch afwerken: binnen twintig minuten stond het 2-0 door treffers van Daleho Irandust en Ahmed El Messaoudi, beide voortkomend uit snelle omschakelmomenten waar Ajax’ verdediging volledig uit balans was. Analisten wezen achteraf op de opvallende ruimtes die de Noordelingen vonden in de rug van de Amsterdamse verdediging, een direct gevolg van Groningen’s agressieve pressing bij balverlies.
Bijzonder was de rol van de 22-jarige Irandust, die niet alleen scoorde maar ook als schaduwspits fungeerde. Zijn bewegingen dwongen Ajax-verdedigers als Jorrel Hato en Josip Šutalo tot onnodige risico’s, wat resulteerde in fatale fouten. Lukkien’s keuze om hem centraal te laten opereren bleek goud waard.
De tweede helft toonde een wanhopige Ajax-poging om het tij te keren, maar Groningen bleef koel. Zelfs toen Brian Brobbey de aansluitingstreffer maakte, antwoordde de ploeg uit het noorden direct via Paulos Abraham. Het was een schoolvoorbeeld van hoe een onderdog met discipline en precisie een topclub kan ontregelen—zonder noemenswaardige individuele sterren, maar met een collectief dat als een geoliede machine functioneerde.
Fouten, frustratie en een publiek in opstand
De Johan Cruijff ArenA veranderde zondag in een kookpot van ongenoegen. Elke fout van Ajax werd beloond met gefluit, elke gemiste kans met een collectieve zucht. De 1-3 nederlaag tegen Groningen, een ploeg die voor aanvang als kansloze underdog gold, zette de frustratie bij het thuispubliek op scherp. Vooral de slordige balverlies in de verdediging—drie keer leidde dat direct tot een Groningse kans—maakten de tribunes woest. Statistieken tonen aan dat Ajax dit seizoen al 12 doelpunten heeft geïncasseerd na individuele fouten, een cijfer dat schril afsteekt bij de 5 van vorig jaar.
De eerste helft was een aaneenschakeling van misplaatste passes en halfslachtige duels. Toch leek de ploeg van trainer Maurice Steijn na rust even wakker te schieten, toen Brian Brobbey de 1-1 binnenkopte. De hoop was van korte duur. Binnen tien minuten sloeg Groningen toe met twee snelle tegendoelpunten, waarna de Arena in rep en roer raakte. “Dit is geen Ajax-waardig!”, klonk het vanuit de vakken, terwijl enkele fans hun sjaals demonstratief afdeden.
Voetbalanalisten wezen na afloop op het gebrek aan leiderschap op het veld. Waar vroeger spelers als Davy Klaassen of Dušan Tadić de rust wisten te bewaren in moeilijke momenten, ontbrak zondag iemand die het team bij de les kon houden. De middenveldregie was afwezig, de verdediging speelde als los zand. Groningens tweede doelpunt, voortkomend uit een slechte terugspeelbal van Jorrel Hato, illustreerde dat pijnlijk.
Ook de wisselbeleid van Steijn kwam onder vuur. Pas toen de stand 1-3 was, bracht hij Carlos Borges en Kenneth Taylor in het veld—twee spelers die eerder dit seizoen nog verschil maakten. Te laat, vonden veel supporters, die na de eindfluit massaal de uitgang kozen. De sfeer was grimmig, de teleurstelling tastbaar. Voor Ajax begint nu een week van zware zelfreflectie, want tegen deze Groningse efficiëntie valt weinig in te brengen.
Wat ging er mis in de tactiek van Van ’t Schip?
De tactische opstelling van John van ’t Schip tegen Groningen bleek een gok die niet uitpakte. Ajax koos voor een 4-2-3-1-systeem met Steven Bergwijn als vals negen, maar de afwezigheid van een echte spits zorgde voor een gebrek aan diepte in de aanval. Groningen, met een compacte 5-3-2-formatie, liet Ajax struikelen over de eigen voeten. Vooral in de eerste helft was er nauwelijks sprake van een georganiseerde opbouw: de balcirculatie was traag, en de Amsterdammers vonden geen antwoord op de agressieve pressing van de tegenstander.
Opvallend was de positie van Kenneth Taylor. Normaal gesproken een controlerende middenvelder, leek hij tegen Groningen te verdwijnen in het systeem. Statistieken toonden aan dat hij slechts 78% van zijn passes nauwkeurig afrondde—ver onder zijn seizoen gemiddelde van 89%. Zijn onzekerheid zette de hele middenlijn onder druk, waardoor Groningen gemakkelijk kon omschakelen naar snelle counters. De ruimtes tussen verdediging en middenveld werden schaamteloos benut, met twee Groningen-doelpunten als direct gevolg.
Ook de wisselstrategie van Van ’t Schip kwam onder vuur te liggen. Pas na het 0-2 signaal bracht hij Carlos Borges in, terwijl de aanval al urenlang stokte. Analisten wezen erop dat een eerdere introductie van een fysieke spits als Borges de Groningen-verdediging onder druk had kunnen zetten. In plaats daarvan bleef Ajax vasthouden aan een systeem dat duidelijk niet werkte, met spelers die zichtbaar gefrustreerd raakten door het gebrek aan duidelijkheid.
De verdediging toonde opnieuw kwetsbaarheden, met name bij standaardsituaties. Het derde Groningen-doelpunt, een kopbal uit een hoekschop, was een schoolvoorbeeld van slechte markering. Terwijl Groningen met simpele middelen scoorde, leek Ajax te zoeken naar complexe oplossingen—een contrast dat de nederlaag pijnlijk duidelijk maakte.
De gevolgen voor Ajax’ seizoen en Champions League-droom
De nederlaag tegen Groningen komt als een harde klap voor Ajax, dat dit seizoen al moeite heeft om consistentie te vinden. Met slechts vier punten uit de laatste vier wedstrijden in de Eredivisie zakt de ploeg verder weg in de titelrace. De 3-1 thuisnederlaag tegen een team dat voor de wedstrijd op de veertiende plaats stond, toont aan hoe kwetsbaar de Amsterdammers momenteel zijn—zowel defensief als mentaal.
Vooral de Champions League-droom lijkt nu onder zware druk te staan. Ajax staat derde in groep F met twee punten uit drie wedstrijden, terwijl Bayer Leverkusen en Olympique Marseille al op respectievelijk zeven en vier punten zitten. Statistieken tonen aan dat slechts 12% van de teams die na drie speelronden op de derde plek staan, zich uiteindelijk weten te plaatsen voor de knock-outfase. Een overwinning tegen Marseille volgende week is niet langer een optie, maar een absolute noodzaak.
De selectie van John van ’t Schip kampt niet alleen met blessures, maar ook met een duidelijk gebrek aan vertrouwen. Waar vorig seizoen nog de creativiteit van spelers als Dušan Tadić en Steven Berghuis de redding bracht, ontbreekt nu de diepgang in het spel. Groningen liet zien hoe eenvoudig het is om de Ajax-verdediging onder druk te zetten—een zwakte die ook in Europa niet onopgemerkt zal blijven.
De komende weken worden cruciaal. Naast de Europese verplichtingen wachten in de competitie uitwedstrijden tegen PSV en Feyenoord. Een slechte reeks zou niet alleen de Champions League-droom doen vervliegen, maar ook de kansen op een ticket voor de Conference League aanzienlijk verkleinen. Voor een club met de ambities van Ajax is dat een scenario dat men koste wat kost wil vermijden.
De 3-1 nederlaag van Ajax tegen FC Groningen thuis komt als een harde klap, niet alleen door het resultaat maar door de wijze waarop de ploeg structurele zwaktes blootlegde in verdediging en mentale weerbaarheid. Voor een club met Europese ambities is dit een wake-upcall die om directe actie vraagt—zowel op tactisch vlak als in de kleedkamermentaliteit. Trainersstaf en spelersgroep zullen de komende weken moeten aantonen of ze deze tegenslag kunnen ombuigen naar fundamentele verbetering, beginnend met scherpere focus op basisvaardigheden zoals positiespel en druk zetten. De aankomende wedstrijden tegen middenmoters als Sparta en Twente worden nu onverwacht cruciale graadmeters voor herstel, terwijl de supporters weinig geduld meer zullen tonen voor halfslachtige oplossingen. Het seizoen is nog lang, maar de marge voor fouten slinkt met elke gemiste kans.

