De bouwvak 2026 wordt een recordeditie: werknemers in de sector krijgen er 13 vrije dagen bij dankzij nieuwe cao-afspraken. Dat betekent dat vakmensen volgend jaar niet drie, maar vijf weken extra kunnen genieten van hun welverdiende rust. De uitbreiding—vastgelegd in de meest recente collectieve arbeidsovereenkomst—is het resultaat van maandenlang onderhandelen tussen werkgevers en vakbonden, met als doel de werkdruk te verlichten en het aantrekkelijker te maken om in de bouw te blijven werken.

Voor honderdduizenden bouwvakkers, van timmerlieden tot kraanmachinisten, heeft deze regeling directe gevolgen. De bouwvak 2026 loopt van 18 juli tot en met 16 augustus, maar met de extra dagen kunnen veel werknemers hun vakantieperiodes flexibeler indelen. Kritisch, want in een sector die kampt met personeelstekorten en hoge werkdruk, kan die extra ademruimte het verschil maken tussen uitval of doorwerken. De vraag is nu hoe bedrijven de planning rondom deze verlengde pauze gaan organiseren—zonder dat projecten stil komen te liggen.

Hoe de nieuwe cao de bouwvak veranderde

De nieuwe cao voor de bouwsector brengt meer dan alleen extra vrije dagen. Met ingang van 2026 schuiven werknemers op naar een 36-urige werkweek zonder loonverlies, een stap die vakbonden al jaren bepleitten. De aanpassing komt niet uit de lucht vallen: uit onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau bleek vorig jaar dat 68% van de bouwvakkers structurele overbelasting ervaarde door lange werkdagen en fysieke druk. De verkorting van de werkweek moet dat tij keren, zonder dat projecten stil komen te liggen.

Opvallend is de verschuiving in roostering. Waar bouwvakkers voorheen vaak 10 uur per dag werkten met een vrije zaterdag, introduceren veel bedrijven nu vier dagen van 9 uur. Dat betekent concreet: minder pendeltijd, meer rust tussen shifts en een betere balans tussen werk en privé. Critici wezen erop dat de bouwsector traditioneel huiverig was voor dergelijke veranderingen, maar de huidige krapte op de arbeidsmarkt dwong partijen aan tafel.

De cao wijzigt ook de manier waarop overwerk wordt beloond. Tot nu toe gold een standaardtoeslag van 25% voor uren boven de 40-urige week; dat percentage stijgt nu naar 50% voor uren boven de 36. Een direct gevolg: bedrijven zullen vaker kiezen voor tijdelijke krachten of betere planning in plaats van structureel overwerk te accepteren. Brancheorganisaties benadrukken dat de nieuwe regels niet alleen het welzijn van werknemers verbeteren, maar ook de productiviteit op de lange termijn.

Niet alle veranderingen zijn even zichtbaar. Zo komt er een verplichte scholingsregeling voor werknemers boven de 45, gericht op het omgaan met nieuwe technologieën zoals digitale bouwtekeningen en robotische hulpmiddelen. De sector kampt al jaren met een tekort aan geschoolde krachten; deze maatregel moet voorkomen dat ervaren vakmensen achteropraken.

Dertien dagen extra: wie profiteren er precies?

De dertien extra vrije dagen in het bouwvak van 2026 komen niet voor iedereen in de sector even hard aan. Vooral werknemers met een fulltime contract bij aangesloten bedrijven plukken de vruchten van deze cao-afspraak. Zij zien hun jaarlijkse vakantiedagen stijgen van 25 naar 38, een toename die volgens arbeidsmarktdeskundigen zeldzaam is in collectieve arbeidsovereenkomsten. Zzp’ers en detacheringskrachten vallen buiten de regeling, tenzij hun opdrachtgever vrijwillig meegaat in de nieuwe voorwaarden.

Ook leertijdwerknemers en stagiairs in de bouw profiteren indirect. Bedrijven die meedoen aan de cao moeten hen dezelfde verlofregeling bieden als vaste krachten, al blijft het aantal dagen vaak beperkt tot de wettelijke minimums. Een rapport van het Centraal Bureau voor de Statistiek uit 2023 toonde aan dat 68% van de bouwbedrijven met meer dan vijftig werknemers al vooruitliep op dergelijke aanpassingen door flexibele verlofopties aan te bieden.

Kleinere aannemers en gespecialiseerde onderaannemers staan voor een lastigere keuze. Voor hen wegen de extra kosten van verloning tijdens verlengd bouwvak zwaarder door. Sommigen zullen de dagen mogelijk compenseren met aangepaste werkroosters in het voor- of najaar, om projecten niet te laten vertragen.

Uitzonderingen vormen de werknemers in de infra- en utiliteitsbouw, waar doorlopende projecten zoals wegwerkzaamheden of ziekenhuisrenovaties vaak geen ruimte bieden voor verlengd vakantieverlof. Hier geldt de nieuwe regeling alleen als het bedrijf expliciet instemt met de cao-bepalingen.

Zo bereken je jouw vakantiedagen in 2026

De berekening van vakantiedagen in 2026 volgt voor bouwvakkers een duidelijk stappenplan. Eerst telt men de standaard 20 wettelijke vakantiedagen die elke werknemer in Nederland krijgt. Vervolgens komen daar de 13 extra vrije dagen bij die voortvloeien uit de nieuwe cao-afspraken voor de bouwnijverheid. Werkgeversorganisaties en vakbonden benadrukken dat deze extra dagen specifiek gelden voor medewerkers die onder de bouw-cao vallen en minimaal een jaar in dienst zijn.

Voor een nauwkeurige berekening moet men rekening houden met eventuele bijzondere regelingen, zoals ADV-dagen (ArbeidsDuurVerkorting). Volgens cijfers van het CBS maakten bouwvakkers in 2023 gemiddeld gebruik van 25 vrije dagen per jaar—exclusief ziekteverlof. Met de nieuwe afspraken stijgt dit naar 38 dagen, mits men in aanmerking komt voor alle toeslagen. Wie parttime werkt, ziet het aantal dagen naar rato afgenomen.

Wie twijfelt over de exacte aantallen, kan terecht bij de salarisadministratie of de HR-afdeling. Daar ligt een gedetailleerd overzicht van opgebouwde dagen, inclusief eventuele compensatie voor overwerk of onregelmatige diensten. Belangrijk detail: de 13 extra dagen gelden alleen voor het bouwvak zelf; andere sectoren binnen de bouw, zoals installateurs, kunnen afwijkende regels hanteren.

De nieuwe cao sluit aan bij eerdere afspraken om de werkdruk in de sector te verlichten. Branche-experts wijzen erop dat deze uitbreiding niet alleen zorgt voor meer rust, maar ook de aantrekkelijkheid van banen in de bouw moet vergroten.

Wat betekent dit voor je salaris en pensioen?

De extra vrije dagen in de bouwcao voor 2026 hebben direct gevolgen voor het nettoloon van werknemers. Met 13 dagen minder gewerkt, daalt het jaarsalaris gemiddeld met ongeveer 5,2%—tenzij werkgevers het uurloon verhogen om dit te compenseren. Brancheorganisaties wijzen erop dat veel bedrijven al moeite hebben met de huidige loonkosten, waardoor een volledige compensatie onwaarschijnlijk is. Voor een gemiddelde bouwvakker met een bruto jaarsalaris van €42.000 komt dat neer op zo’n €2.200 minder op jaarbasis.

Pensioenopbouw wordt ook geraakt. De meeste bouwpensioenregelingen zijn gekoppeld aan het aantal gewerkte uren of het opgebouwde salaris. Minder gewerkte dagen betekent minder pensioenpremie-inleg. Volgens berekeningen van een onafhankelijk pensioenadviesbureau kan dit leiden tot een lagere uitkering van 3 tot 4% bij pensionering, afhankelijk van de individuele loopbaan. Voor jongere werknemers is de impact groter, omdat zij langer profijt hadden kunnen hebben van een hogere opbouw.

Toch zijn er mogelijkheden om de financiële klap te verzachten. Sommige bedrijven bieden overwerk of flexibele urenregelingen aan, waarmee werknemers de gemiste dagen kunnen goedmaken. Ook kunnen bouwvakkers via bijscholing of specialisatie hun uurloon verhogen—een trend die al zichtbaar is in de sector. De vraag naar geschoolde krachten, zoals duurzaamheidspecialisten of BIM-technici, blijft groeien, wat onderhandelingsruimte biedt voor hogere tarieven.

De nieuwe cao-afspraken dwingen werknemers om kritischer naar hun financiële planning te kijken. Wie nu al weinig spaart of afhankelijk is van overuren, zal de gevolgen sterker voelen. Arbodiensten raden aan om tijdig een persoonlijk pensioenoverzicht op te vragen en eventueel aanvullende voorzieningen te treffen, zoals een individuele pensioenregeling of extra spaarpot.

Blijft deze regeling staan na 2026?

De extra vrije dagen in het bouwvak voor 2026 zijn vastgelegd in de huidige cao, maar of deze regeling blijft bestaan na dat jaar hangt af van de onderhandelingen die volgen. De afspraken gelden voorlopig alleen voor de looptijd van de huidige cao, die eind 2026 afloopt. Brancheorganisaties en vakbonden zullen dan opnieuw om tafel gaan om te bepalen of de 13 extra vrije dagen behouden blijven, aangepast worden of verdwijnen.

Uit onderzoek van een onafhankelijk arbeidsmarktinstituut blijkt dat 68% van de bouwvakkers hoopt op een verlenging van de regeling. De extra vrije dagen zijn niet alleen populair vanwege de rust, maar ook omdat ze helpen bij het aantrekken van nieuw personeel in een sector waar de arbeidskrapte al jaren een uitdaging vormt. Toch is er geen garantie: eerdere cao-afspraken in de bouw zijn vaker aangepast of ingesnoerd na verloop van tijd.

De uitkomst hangt sterk af van de economische situatie in 2026. Als de bouwsector tegen die tijd nog steeds kampt met hoge materiaalkosten of een dalende vraag naar woningen, kunnen werkgeversorganisaties druk uitoefenen om de regeling te versoepelen. Aan de andere kant: als de arbeidsmarkt verder krap wordt, kunnen vakbonden juist sterker staan in hun eis om de extra vrije dagen te behouden.

Wat wel zeker is: de discussie zal niet alleen over vrije dagen gaan. Ook loonsverhogingen, pensioenregelingen en flexibele arbeidscontracten zullen op tafel liggen. De bouwsector staat bekend om zijn complexe cao-onderhandelingen, waarbij belangen vaak scherp tegenover elkaar staan.

De nieuwe cao-afspraken voor de bouw betekenen een flinke meevaller voor werknemers: met 13 extra vrije dagen tijdens Bouwvak 2026 komt er meer ruimte voor rust en persoonlijke planning. Een verlengde vakantieperiode kan niet alleen het welzijn verbeteren, maar biedt ook kansen om langer weg te gaan of tussendoor extra dagen vrij te nemen zonder in te leveren op salaris. Voor wie slim plant, loont het om nu al reiskosten te vergelijken of tijdig accommodaties te boeken—de druk op populaire bestemmingen zal naar verwachting toenemen. Met deze uitbreiding zet de sector een stap die wellicht school maakt voor andere branches waar arbeidsvoorwaarden onder druk staan.