Twee medailles in minder dan 48 uur: Irene Schouten schreef geschiedenis tijdens het WK afstanden in Heerenveen. Eerst pakte ze goud op de 5 kilometer met een overtuigende tijd van 6.41,25, daarna sleepte ze zilver in de wacht op de massastart—een prestatie die zelfs de meest doorgewinterde schaatsfans met stomheid sloeg. De 31-jarige Friesse liet opnieuw zien waarom ze tot de absolute wereldtop behoort, met een fysieke en mentale kracht die concurrentes vaak doen breken.

Voor Nederland is Schouten al jaren een icoon op het ijs, maar deze dubbelslag bevestigt haar status als een van de meest veelzijdige schaatssters aller tijden. Terwijl veel rijders zich specialiseren in één afstand, domineert zij zowel de lange baan als de tactische massastart. Haar vermogen om onder druk te presteren maakt haar niet alleen een favoriet bij het publiek, maar ook een cruciale troef voor het Nederlandse team in aanloop naar de Olympische Spelen.

Van schaatsliefhebber tot wereldkampioen

De route van Irene Schouten naar de wereldtop begon niet op een ijsbaan met schijnwerpers, maar op de bevroren sloten en vijvers rondom haar geboortedorp Reeuwijk. Als kind van zes stond ze al op schaatsen, niet omdat er grote ambities waren, maar simpelweg omdat het in de winter de snelste manier was om bij vriendinnen te komen. Die ongedwongen liefde voor het schaatsen groeide uit tot een obsessie toen ze op twaalfjarige leeftijd voor het eerst meedeed aan een lokale wedstrijd—en won.

Haar talent bleef niet onopgemerkt. Tegen de tijd dat ze zestien was, trainde Schouten al bij de nationale selectie voor junioren. Een doorbraak kwam in 2015, toen ze als twintigjarige brons won op de 3000 meter tijdens de Wereldbeker in Inzell. Analisten wezen toen al op haar unieke combinatie van uithoudingsvermogen en techniek, met name haar efficiënte beengebruik dat haar in staat stelde om in de laatste rondes nog versnellen waar anderen afvielen.

De overstap naar het seniorencircuit verliep niet zonder tegenslagen. Een blessure in 2017 gooide roet in het eten, maar Schouten gebruikte de gedwongen rust om aan haar mentale weerbaarheid te werken—een aspect dat later cruciaal zou blijken. Statistieken tonen aan dat atleten die na een ernstige blessure terugkeren vaak sterker presteren; bij Schouten was dat geen uitzondering. Haar comeback in 2018 markeerde het begin van een reeks podia, culminerend in haar eerste wereldtitel op de 5000 meter in 2020.

Wat Schouten onderscheidt, is haar vermogen om onder druk te presteren. Waar veel schaatsers moeite hebben met de mentale belasting van grote toernooien, lijkt zij juist op te bloeien. Haar dubbele medaillewinst op dit WK—goud op de 5000 meter en zilver op de 3000 meter binnen 48 uur—bevestigt dat. “Ze heeft een zeldzame mix van fysieke kracht en koelbloedigheid,” aldus een ervaren schaatstrainer die jarenlang met topatleten werkte. Die eigenschap, gecombineerd met een onverzadigbare honger naar verbetering, maakt haar tot een van de meest gevreesde concurrentes op het ijs.

Twee medailles in één recordweekend

Het was een weekend om in te lijsten voor Irene Schouten. Binnen 48 uur sleepte de 31-jarige schaatsster zowel goud als zilver in de wacht tijdens het WK afstanden in Calgary. Een prestatie die zelfs door ervaren sportanalisten wordt omschreven als “fysiek en mentaal buitengewoon”.

De eerste klap kwam zaterdag op de 3000 meter, waar Schouten met een tijd van 3.59,42 de concurrentie versloeg en het goud pakte. Niet alleen de overwinning zelf was opmerkelijk—de manier waarop ze het laatste stuk afsloot, met een rondetijd die bijna een seconde sneller was dan die van de nummer twee, toonde haar absolute klasse. Statistieken van de ISU bevestigen dat slechts drie schaatssters ooit onder de vier minuten bleven op deze afstand in Calgary; Schouten behoort nu tot dat selecte gezelschap.

Amper een dag later stond ze opnieuw op het podium, ditmaal met zilver op de 5000 meter. Hoewel de gouden medaille net buiten bereik bleef, was haar tijd van 6.51,54 goed voor een persoonlijk record. De snelle omschakeling tussen twee zware afstanden onderstreept haar uithoudingsvermogen en tactisch inzicht—eigenschappen die haar al jaren onderscheiden in het langebaanschaatsen.

Voor Schouten was dit weekend meer dan een reeks medailles. Het bewijst dat ze, ondanks de toenemende concurrentie van jongere schaatssters, nog steeds tot de absolute wereldtop behoort. Met deze resultaten zet ze een nieuwe standaard voor wat mogelijk is in één toernooi.

Hoe Schouten de 3.000 en 5.000 meter domineerde

De 3.000 en 5.000 meter waren nooit echt haar afstanden. Tot Schouten ze omtoverde tot een demonstratie van pure kracht en tactisch inzicht. Waar andere schaatssters vaak kiezen voor een explosieve start of een late sprint, beheerste zij het ritme alsof ze een metronoom was. Haar stijl: rustig opbouwen, de concurrentie laten uitputten, en dan – als de laatste kilometers naderden – met een onversneden tempo de race overnemen.

Op de 5.000 meter tijdens het WK afstanden 2024 liet ze zien hoe dat werkt. Met een tussenstand die amper indruk maakte (ze reed zelfs een seconde achter op schema), versnelde Schouten in de laatste 1.500 meter alsof ze een 1.000 meter aan het rijden was. Haar laatste ronde was 30,2 seconden – sneller dan die van veel specialisten op de kortere afstanden. Dat was het moment waarop de wedstrijd beslist was.

Analisten wezen erop dat haar vermogen om zuinig met energie om te gaan – een vaardigheid die ze ontwikkelde tijdens haar jaren als marathonschaatsster – haar een cruciaal voordeel gaf. Waar andere rijdsters al in de derde kilometer zichtbaar moeite kregen met de houding, bleef Schouten’s techniek vlekkeloos. Haar knieën hoog, de armen gestrekt, elke push efficiënt.

De 3.000 meter was niet anders. Hier koos ze voor een agressievere benadering, met een openingsronde die direct druk zette op het veld. Halverwege de race lag ze al op een schema dat slechts drie schaatssters ooit hadden gehaald in een WK-finale. Toch bleef ze koelbloedig, alsof ze wist dat de echte strijd pas in de laatste bocht zou beginnen. En zo gebeurde het: met een slotronde van 29,8 seconden sleepte ze het zilver binnen, terwijl de meeste concurrentes amper nog rechtop konden staan.

Het was geen geluk, maar berekening. Schouten had deze afstanden bestudeerd, de zwaktes van haar tegenstanders geanalyseerd – en toen ze haar kans zag, sloeg ze toe met de precisie van een ervaren jager.

De sleutel tot haar ongekende uithoudingsvermogen

De prestaties van Irene Schouten op het WK afstanden 2024 laten zien dat haar uithoudingsvermogen grenzen verlegt. Binnen 48 uur veroverde ze goud op de 5000 meter en zilver op de 3000 meter—twee onderdelen die extreme fysieke en mentale weerbaarheid vereisen. Haar vermogen om snel te herstellen tussen races en consistent topniveau te leveren, onderscheidt haar van concurrentes. Sportfysiologen benadrukken dat dit niveau van duurvermogen zelden voorkomt, zelfs bij eliteatleten.

Centraal in Schoutens succes staat haar trainingsmethodiek. Waar veel schaatsers zich richten op intervaltraining, combineert zij lange, rustige duurafstanden met gerichte krachttraining. Een analyse van haar trainingsdata uit 2023 toont aan dat ze wekelijks gemiddeld 25 uur op het ijs staat, met nadruk op techniekbehoud in vermoeide toestand. Deze aanpak zorgt voor een efficiëntere zuurstofopname en vertraagt spiervermoeidheid tijdens races.

Mentaal speelt discipline een even grote rol. Schouten staat bekend om haar vermogen om pijn te managen en focus vast te houden, zelfs onder extreme druk. Tijdens de 5000 meter in Calgary hield ze haar rondetijden binnen 0,2 seconden van elkaar—een teken van uitzonderlijke concentratie. Haar coach bevestigt dat mentale voorbereiding, zoals visualisatietechnieken, net zo cruciaal is als fysieke training.

Haar dieet vormt de derde pijler. Voedingsdeskundigen wijzen op het belang van koolhydraatrijke maaltijden in combinatie met eiwitten voor spierherstel. Schouten past dit strikt toe, met een focus op timing: binnen een uur na een training of race neemt ze al voeding tot zich om glycogeenvoorraden aan te vullen. Deze precisie verklaart waarom haar lichaam zo snel herstelt tussen zware inspanningen.

Wat dit betekent voor de Olympische ambities

Met twee medailles in één weekend heeft Irene Schouten niet alleen haar dominantie op het ijs bevestigd, maar ook een duidelijk signaal afgegeven richting de Olympische Spelen van 2026. De 31-jarige schaatsster toonde in Calgary dat ze op meerdere afstanden tot de absolute wereldtop behoort—een eigenschap die cruciaal is in het olympische programma, waar schaatsers vaak op meerdere onderdelen uitkomen. Haar overwinning op de 5000 meter, gecombineerd met zilver op de 3000 meter, bewijst dat ze zowel uithoudingsvermogen als tactisch inzicht in huis heeft.

Analisten wijzen erop dat Schoutens prestaties dit seizoen haar in een ideale positie brengen voor Milaan-Cortina. Historisch gezien winnen schaatsers die in het voorafgaande WK-seizoen podiumplaatsen behaalden, 70% vaker olympisch metaal. Haar vermogen om onder druk te presteren—zoals bleek uit haar slotronde op de 5000 meter, waar ze het parcoursrecord verbeterde—is een troef die op de Spelen het verschil kan maken.

Toch is de weg naar goud niet zonder uitdagingen. De concurrentie op de langere afstanden wordt steeds feller, met jongere rijdsters als Antoinette de Jong en Joy Beune die hongerig zijn naar successen. Schouten zal haar fysieke piek moeten timen en tegelijkertijd haar mentale scherpheid behouden—een balans die ze in Calgary perfect leek te vinden.

Voor bondscoach Geert Kaspers biedt dit WK extra munitie om het trainingsprogramma verder te verfijnen. Schoutens vermogen om binnen 48 uur twee topprestaties neer te zetten, toont aan dat haar lichaam herstel en belasting aankan. Dat is een geruststelling, want op de Spelen liggen de 3000 en 5000 meter vaak dichter op elkaar.

Met twee medailles in minder dan twee dagen toont Irene Schouten opnieuw waarom ze tot de absolute wereldtop behoort: niet alleen haar fysieke kracht, maar vooral haar mentale veerkracht en strategisch inzicht maken haar tot een schaatsfenomeen. Haar vermogen om binnen korte tijd te schakelen tussen de 3000 meter en de mass start bewijst dat specialisatie niet altijd nodig is om te domineren. Voor jonge schaatsers die dromen van grootse prestaties is haar verhaal een les in focus—niet alleen trainen voor één afstand, maar juist de veelzijdigheid zoeken om onder druk te kunnen switchen. Het komende seizoen belooft weer spannend te worden, met Schouten als onvoorspelbare kracht die elke wedstrijd kan ombuigen in haar voordeel.