Na 160 dagen onderhandelen en zeven informateurs later zit Nederland nog steeds zonder nieuw kabinet. De formatie voor de WK 2026-periode is vastgelopen op twee onverzoenlijke knelpunten: de omstreden migratiedeal met de EU en de financiële vertaling van de klimaatdoelen voor 2030. Terwijl de partijleiders zich deze week weer over de onderhandelingsafgrond bogen, lekte een intern document uit dat zelfs de meest optimistische scenario’s uitgaan van ‘nog minstens vier weken’—een termijn die de formatie op koers brengt voor een recordlange impasse.

De vertraging heeft directe gevolgen voor de voorbereidingen op de WK 2026, waarvoor cruciale besluiten over infrastructuur, veiligheid en internationale samenwerking al maanden op de plank liggen. Met de eerste voetbalwedstrijden in minder dan drie jaar tijd, groeit de onrust bij gemeenten, bedrijfsleven en sportbonden. Zonder duidelijkheid over het migratiebeleid—en de bijbehorende EU-financiering—dreigen ook de klimaatinvesteringen voor stadions en mobiliteit in het slop te raken. De tijd begint te dringen: elk uitstel verergert de kans dat Nederland onvoldoende voorbereid het wereldkampioenschap ingaat.

Hoe de verkiezingen van 2026 tot een patstelling leidden

De verkiezingen van maart 2026 leverden een versnipperd politiek landschap op dat elke vorm van bestuur lastig maakte. Geen enkele partij behaalde meer dan 18% van de stemmen, terwijl maar liefst negen partijen tien zetels of meer in de Tweede Kamer veroverden. De opkomst van twee nieuwe bewegingen—een radicale klimaatpartij en een populistisch-rechtse formatie—zorgde voor extra polarisatie. Analisten van de Universiteit van Leiden wezen erop dat de kiezers zich in twee bijna gelijkwaardige blokken splitsten: 48% koos voor progressief-groene partijen, 46% voor conservatief-rechtse opties. De overige 6% versplinterde over kleine partijen die geen duidelijke coalitierichting hadden.

De formatieonderhandelingen strandden al in de eerste fase op onverzoenbare standpunten over migratie. Rechts eiste een volledige stop op asielinstroom en versnelde uitzetting van afgewezen asielzoekers, terwijl links vasthield aan Europese afspraken over opvang en menselijke behandeling. Het klimaatdossier verhardde de tegenstellingen verder: de ene helft van de Kamer wilde bindende CO₂-doelen voor 2035, de andere wees elke vorm van regulering af ten faveure van marktgestuurde oplossingen.

Na drie maanden vruchteloos overleg gooide informateur Maria van Beek de handdoek in de ring. Haar rapport sprak van een “structurele impasse” waar geen traditionele coalitievorm—of het nu om een meerderheids- of minderheidskabinet ging—een uitweg bood. De Tweede Kamer stemde vervolgens voor een zeldzame stap: een tijdelijke technocratische regering onder leiding van een voormalig rechter, belast met het uitvoeren van noodzakelijke wetgeving tot nieuwe verkiezingen in 2027.

De patstelling toonde aan hoe diep de maatschappelijke verdeeldheid was. Waar eerdere kabinetten nog compromissen wisten te sluiten door onderwerpen als migratie en klimaat te ontkoppelen, bleken die twee thema’s in 2026 onlosmakelijk met elkaar verweven. Kiezers hadden partijen beloond die juist geen water bij de wijn deden—wat elke ruimte voor onderhandelen wegvaagde.

De migratiekloof die coalitievorming blokkeert

De onderhandelingen over migratie dreigen de kabinetsformatie na de wk 2026 definitief te doen ontsporen. Terwijl partijen als NSC en PVV vasthouden aan strenge asielbeperkingen, willen GroenLinks-PvdA en D66 juist ruimte behouden voor arbeidsmigranten en gezinshereniging. Het CBS wees vorig jaar al op de groeiende afhankelijkheid van buitenlandse werkkrachten: zonder migratie krimpt de beroepsbevolking met naar schatting 200.000 mensen tegen 2030. Die cijfers maken de patstelling alleen maar scherper.

De kloof sit hem vooral in de uitvoering. Rechtse partijen eisen snellere uitzettingen en lagere instroom, terwijl linkse formatiepartners wijzen op praktische bezwaren. Zo zou een harde rem op asielzoekers leiden tot capaciteitsproblemen in detentiecentra en juridische procedures die jaren kunnen duren. Bovendien dreigt Nederland zich met te strenge regels af te sluiten van Europese afspraken over verdeling.

Ook binnen de potentiële coalitie zelf is weinig ruimte voor compromis. Waar NSC nog bereid lijkt tot kleine concessies op het gebied van kennismigranten, sluit de PVV elke soepelere regel uit. Die onverzettelijkheid zorgt voor frustratie bij de andere onderhandelende partijen, die vrezen dat het migratievraagstuk andere dossiers—zoals klimaat—volledig overschaduwt.

De impasse heeft al geleid tot vertraging in de onderhandelingen, terwijl de druk om tot een akkoord te komen toeneemt. Zonder een doorbraak op migratie lijkt zelfs een tijdelijk demissionair kabinet onvermijdelijk, met alle politieke onrust van dien.

Klimaatambities versus economische beloften: onverenigbaar?

De spanning tussen klimaatambities en economische groei vormt al maanden een struikelblok in de formatie. Terwijl partijen als GroenLinks-PvdA en D66 vasthouden aan de afspraak om in 2030 60% minder CO₂ uit te stoten, waarschuwen economische deskundigen voor de gevolgen van te snelle transitie. Het Centraal Planbureau berekende onlangs dat een versnelde verduurzaming de Nederlandse economie tot 2035 zo’n 1,5% groei kan kosten—een cijfer dat VVD en NSC niet zomaar naast zich neerleggen.

De discussie spitst zich toe op de uitvoering. Klimaatexperts benadrukken dat uitstel van maatregelen nu leidt tot hogere kosten later. Maar voor bedrijven in energieslurpende sectoren, zoals de chemie en landbouw, voelt de druk al acuut. Zo dreigen enkele grote chemische clusters in Zuid-Holland hun concurrentiepositie te verliezen als de energiebelasting stijgt zonder Europese afstemming.

Ook de werkgelegenheid speelt mee. vakbonden wijzen erop dat duizenden banen in de fossiele sector op het spel staan zonder duidelijk perspectief op groene alternatieven. Toch tonen voorbeelden uit Denemarken en Duitsland aan dat gerichte investeringen in windenergie en waterstof nieuwe industrieën kunnen aantrekken—mits de overheid heldere langetermijnkaders biedt.

De crux ligt in de timing. Een kabinet dat nu halfslachtige afspraken maakt, riskeert zowel het vertrouwen van burgers als van investeerders. De vraag is niet of klimaat en economie te combineren zijn, maar hoe Nederland de komende vier jaar de balans vindt zonder in een van beide kampen vertrouwen te verspelen.

Partijen zoeken naar creatieve uitwegen—maar tijd dringt

De onderhandelingen voor het regeerakkoord dat Nederland moet leiden naar het WK 2026 stagneren op twee knelpunten: migratie en klimaat. Terwijl de deadline voor een definitief voorstel nadert, groeit de druk op de formateurs om een doorbraak te forceren. De VVD houdt vast aan strenge asielvoorwaarden, maar coalitiepartners als GroenLinks-PvdA en NSC wijzen een harde lijn af—zonder compromissen dreigt het hele akkoord in duigen te vallen.

Klimaatdoelen vormen het tweede struikelblok. Uit een analyse van het Planbureau voor de Leefomgeving blijkt dat de voorgestelde maatregelen slechts 60% van de benodigde CO₂-reductie in 2030 zullen opleveren. Partijen zoeken nu naar creatieve oplossingen, zoals het versneld afbouwen van kolensubsidies of het aantrekken van private investeringen in groene energie. Maar elke optie stuit op politieke of financiële bezwaren.

Achter de schermen wordt gewerkt aan een pakketdeal: migratieconcessies in ruil voor klimaatinvesteringen. Toch blijft de sfeer grimmig. “Elke dag zonder akkoord verergert de onzekerheid voor bedrijven en sportorganisaties”, waarschuwde een woordvoerder van de KNVB onlangs. Tijd is niet alleen een vijand—het is een tikkende bom onder de Nederlandse ambities voor 2026.

De komende week moeten de contouren van een compromis zichtbaar worden. Faalt de formatie, dan dreigt een demissionair kabinet de WK-voorbereidingen te moeten leiden—een scenario dat zelfs de meest optimistische onderhandelaars willen vermijden.

Wat een mislukte formatie betekent voor Nederland in 2027

Een mislukte formatie in aanloop naar het WK 2026 zou Nederland niet alleen politiek verlammen, maar ook direct gevolgen hebben voor de economie en het internationale aanzien. Volgens berekeningen van het Centraal Planbureau kost elk halfjaar zonder stabiel kabinet het land zo’n 1,2 miljard euro aan vertraagde investeringen en beleidsonzekerheid. Terwijl andere gastlanden als de Verenigde Staten en Canada hun voorbereidingen op het toernooi versnellen, dreigt Nederland achterop te raken bij cruciale beslissingen over infrastructuur, veiligheid en evenementenbeleid.

De impasse raakt vooral de klimaatdoelen die aan het WK zijn gekoppeld. FIFA stelt strenge eisen aan duurzaamheid, maar zonder een functionerend kabinet blijven plannen voor groene stadions en CO₂-neutraal transport liggen. Gemeenten als Amsterdam en Rotterdam, die als speelsteden zijn aangemerkt, wachten al maanden op richtlijnen voor de aanleg van laadinfrastructuur en fietsroutes rondom stadionlocaties.

Ook het migratievraagstuk, dat nu de formatie blokkeert, krijgt een nieuwe lading. Zonder duidelijk beleid loop Nederland het risico dat de asielprocedures tijdens het WK onder extra druk komen te staan. Landen als Duitsland en Frankrijk hebben al laten weten dat ze tijdens grote sportevenementen tijdelijke grenscontroles willen invoeren—een scenario dat zonder Nederlandse afspraken tot chaos kan leiden.

De sportieve en maatschappelijke impact is minstens zo groot. Voetbalbond KNVB waarschuwde eerder dat onzekerheid over subsidie en organisatie het draagvlak onder vrijwilligers en lokale clubs aantast. En terwijl de oranjegekte normaal gesproken een economische boost geeft, vreesden horeca- en toerismeorganisaties vorig jaar al dat politiek getouwtrek bezoekersaantallen met 15 tot 20 procent kan drukken.

De kabinetsformatie voor de Weekendschool 2026 toont opnieuw hoe migratie en klimaat niet langer losstaande thema’s zijn, maar knelpunten die elke regeringsakkoord blokkeren—tenzij partijen bereid zijn om ideologische schermen tijdelijk aan de kant te schuiven. De patstelling tussen strenge asielvoorwaarden en ambitieuze CO₂-reductie illustreert een hardnekkige realiteit: zonder concrete afspraken over hoe Nederland beide doelen kan verenigen, blijft elke deal een papieren belofte. Voor de onderhandelende fracties ligt de uitdaging in het zoeken naar pragmatische tussenoplossingen—zoals het koppelen van arbeidsmigratie aan groene sectoren—in plaats van vast te houden aan maximale eisen die alleen polarisatie voeden. De komende weken zullen uitwijzen of Den Haag de moed heeft om niet alleen te praten over een toekomstbestendig Nederland, maar die ook daadwerkelijk in te richten.