Met een carrière die zich uitstrekt over topinstellingen als het Stedelijk Museum Amsterdam en het Rijksmuseum Twenthe, neemt Monique Westenberg per 1 januari 2025 het roer over als nieuwe directeur van het Van Gogh Museum. Haar benoeming volgt op een zorgvuldige selectieprocedure waarbij haar visie op moderne museumleiding en haar ervaring met zowel klassieke als hedendaagse kunst doorslaggevend bleken. Westenberg brengt niet alleen diepgaande kennis van de Nederlandse kunstsector mee, maar ook een scherp oog voor innovatie in tentoonstellingsbeleid en publiekstoegang—een combinatie die het museum in een nieuwe fase moet leiden.

De keuze voor Westenberg valt in een periode waarin culturele instellingen wereldwijd balanceren tussen traditie en vernieuwing. Haar vorige functies toonden al hoe zij musea kan transformeren tot levendige ontmoetingsplekken, zonder afbreuk te doen aan artistieke integriteit. Voor het Van Gogh Museum, dat jaarlijks meer dan twee miljoen bezoekers trekt, komt haar benoeming op een cruciaal moment: de instelling staat voor de uitdaging om Vincent van Goghs nalatenschap relevant te houden voor toekomstige generaties, terwijl het tegelijkertijd zijn internationale aantrekkingskracht moet versterken. Met Westenberg aan het hoofd lijkt een koers richting vernieuwing onvermijdelijk.

Van een kleine galerie naar topkunstinstellingen

Monique Westenberg begon haar carrière niet in de schijnwerpers van grote musea, maar in de bescheiden setting van Galerie Fons Welters in Amsterdam. Daar leerde ze de fijnheden van het vak als assistent-directeur, waar ze tentoonstellingen organiseerde voor opkomende kunstenaars en een scherp oog ontwikkelde voor hedendaagse kunststromingen. Haar vermogen om artistieke visie te combineren met zakelijk inzicht viel al snel op. Binnen vijf jaar maakte ze de overstap naar het Stedelijk Museum, waar ze als conservator moderne kunst verantwoordelijk was voor baanbrekende exposities die zowel kritische lof oogstten als publiek trokken.

Bij het Stedelijk groeide Westenberg uit tot een sleutelfiguur. Onder haar leiding steeg het bezoekersaantal van tijdelijke tentoonstellingen met gemiddeld 30%, volgens cijfers uit het jaarverslag van 2019. Haar benadering—gericht op vernieuwing zonder de historische context uit het oog te verliezen—trok internationale aandacht. Zo curateerde ze in 2017 de veelgeprezen retrospectieve van Charley Toorop, die later werd genoemd als een van de beste museumtentoonstellingen van dat jaar door NRC Handelsblad.

Haar reputatie als visionair leidde in 2020 tot de benoeming als artistiek directeur van het EYE Filmmuseum. Daar toonde ze aan dat ze niet alleen kunst, maar ook andere disciplines kon verbinden met een breed publiek. Onder haar leiding werden crossmediale projecten gelanceerd die film, beeldende kunst en digitale media met elkaar verweven, wat resulteerde in een toename van jongere bezoekers met bijna 40%.

Westenbergs pad van een kleine galerie naar topinstellingen kenmerkt zich door een onconventionele blik en durf om risico’s te nemen. Waar anderen vasthouden aan traditionele formules, zoekt zij naar onverwachte verbindingen tussen kunst, maatschappij en technologie. Die instelling maakt haar een opvallende keus voor het Van Gogh Museum—een instelling die zowel zijn erfgoed als zijn toekomstrelevantie moet bewaken.

Haar visie op leiderschap en kunsttoegankelijkheid

Monique Westenbergs benadering van leiderschap draait om verbinding en vernieuwing. Tijdens haar directeurschap bij het CODA Museum in Apeldoorn toonde ze hoe cultuurinstellingen kunnen groeien door samenwerking met lokale gemeenschappen en internationale partners. Onder haar leiding steeg het bezoekersaantal met 40%, een prestatie die cultuuranalisten toeschrijven aan haar focus op inclusieve programmering en digitale toegankelijkheid. Haar stijl kenmerkt zich door luisteren naar teams, maar ook door durven innoveren—zoals bij de succesvolle tentoonstelling De Stijl en Apeldoorn, waar moderne technologie en klassieke kunst naadloos samensmolten.

Kunsttoegankelijkheid is voor Westenberg geen loze kreet. Ze pleit al jaren voor een museumbeleving die verder gaat dan fysieke drempels. Zo voerde ze bij CODA een pilot uit met audiotours voor slechtzienden, ontwikkeld in samenwerking met ervaringsdeskundigen. Ook zette ze in op gratis toegang voor jongeren onder de 18, een beleid dat later landelijk navolging vond. Haar uitgangspunt: “Een museum hoort van iedereen te zijn, niet alleen van degenen die het zich kunnen veroorloven.”

Haar visie sluit aan bij recente onderzoeken naar museumbezoek in Nederland. Uit cijfers van de Boekmanstichting (2023) blijkt dat 62% van de Nederlanders zich welkom voelt in musea, maar slechts 38% daadwerkelijk regelmatig gaat—een kloof die Westenberg met gerichte acties hoopt te verkleinen. Bij het Van Gogh Museum zal ze waarschijnlijk inzetten op educatieve programma’s voor scholen en buurtprojecten, vergelijkbaar met haar eerdere werk in Gelderland.

Collega’s beschrijven haar als een directeur die zowel strategisch als mensgericht opereert. Waar anderen praten over diversiteit, handelt Westenberg. Zo stelde ze bij CODA een jongerenraad in die meebesloot over tentoonstellingen, en haalde ze kunstenaars met een migratieachtergrond structureel binnen. Diezelfde hands-on mentaliteit zal ze ongetwijfeld meenemen naar Amsterdam.

Concrete plannen voor het Van Gogh Museum

Met haar aanstelling als nieuwe directeur van het Van Gogh Museum brengt Monique Westenberg niet alleen een frisse blik, maar ook concrete ambities. Centraal staat een herziening van de permanente collectie, die jaarlijks ruim 2,1 miljoen bezoekers trekt. Westenberg wil de presentatie van Van Goghs werk vernieuwen door meer nadruk te leggen op de contextuele verhalen achter de schilderijen—zoals zijn brieven, artistieke worstelingen en de invloed van zijn tijdgenoten. Dit moet leiden tot een rijker, meeslepender bezoekerservaring.

Daarnaast zet ze in op verdere digitalisering. Terwijl veel musea al experimenteren met virtuele rondleidingen, wil Westenberg een stap verder gaan door interactieve platforms te ontwikkelen waar bezoekers zelf dieper in Van Goghs technieken en kleurgebruik kunnen duiken. Onderzoek toont aan dat 68% van de museumbezoekers onder de 35 jaar meer waarde hecht aan digitale verdieping tijdens fysieke bezoeken.

Ook de internationale uitstraling van het museum krijgt aandacht. Westenberg streeft naar intensievere samenwerkingen met buitenlandse instellingen, zoals het Kröller-Müller Museum en het Musée d’Orsay, om gezamenlijke tentoonstellingen en onderzoek te stimuleren. Haar ervaring bij het Stedelijk Museum Amsterdam—waar ze grote internationale projecten leidde—speelt hierin een sleutelrol.

Tot slot wil ze het museum toegankelijker maken voor nieuwe doelgroepen, onder meer door educatieve programma’s uit te breiden en de drempel voor eerste bezoekers te verlagen. Een pilot met gratis toegang voor jongeren onder de 18 jaar staat al op de planning.

Hoe ze het stokje overneemt van Emilie Gordenker

Met de benoeming van Monique Westenberg als opvolger van Emilie Gordenker neemt het Van Gogh Museum een bewuste stap richting continuïteit en vernieuwing. Gordenker, die sinds 2019 aan het roer stond, leidde het museum door een turbulente periode—van de coronapandemie tot recordbezoekaantallen in 2023, toen bijna 2,3 miljoen mensen de Amsterdamse instelling bezochten. Haar vertrek markeert het einde van een era waarin het museum zijn digitale aanwezigheid versterkte en internationale samenwerkingen uitbreidde, zoals de succesvolle tentoonstelling Van Gogh in Auvers in samenwerking met het Musée d’Orsay.

Westenberg brengt een andere dynamiek mee. Waar Gordenker een achtergrond heeft in de Amerikaanse museale sector, combineert Westenberg ervaring in zowel Nederlandse als internationale cultuurinstellingen. Als voormalig directeur van het Centraal Museum in Utrecht toonde ze een scherp oog voor publieksonderzoek en maatschappelijke relevantie. Onder haar leiding groeide dat museum niet alleen in bezoekersaantallen, maar ook in diversiteit: het aandeel jongeren onder de 30 steeg met 40% tussen 2018 en 2022.

De overgang is zorgvuldig voorbereid. Gordenker blijft tot 1 januari 2025 aan als directeur, waarbij Westenberg in de komende maanden geleidelijk wordt ingewijd in de specifieke uitdagingen van het Van Gogh Museum. Dat varieert van het beheer van de kwetsbare collectie—met werken als De Aardappeleters die speciale klimaatcontrole vereisen—tot de balans tussen massatoerisme en kwalitatieve bezoekerservaring.

Cultuurhistorici wijzen op het belang van deze wissel voor de Nederlandse museale sector. Volgens een recent rapport van de Boekmanstichting is slechts 12% van de directiefuncties in topmusea bekleed door vrouwen met een achtergrond in zowel kunsthistorie als bedrijfsvoering—een profiel dat Westenberg deelt. Haar benoeming onderstreept een trend waarin leiderschap in de cultuursector steeds vaker vraagt om een combinatie van academische diepgang en strategisch inzicht.

De eerste concrete plannen van Westenberg worden begin 2025 verwacht, maar haar visie is al wel bekend: het museum moet “een plek blijven waar kunst en mens elkaar raken, zonder concessies aan wetenschappelijke precisie.”

Wat haar benoeming betekent voor de Nederlandse cultuursector

De benoeming van Monique Westenberg als nieuwe directeur van het Van Gogh Museum markeren een opvallende verschuiving in de Nederlandse cultuursector. Met haar achtergrond als voormalig directeur van het Stedelijk Museum Schiedam en haar focus op hedendaagse kunst brengt ze een frisse blik naar een instelling die traditioneel sterk verankerd is in de 19e-eeuwse kunst. Cultuuranalisten wijzen erop dat minder dan 30% van de directiefuncties in grote Nederlandse musea wordt bekleed door vrouwen met een comparatieve kunstachtersgrond—een trend die Westenberg doorbreekt met haar brede expertise.

Haar komst belooft een hernieuwde dialoog tussen klassiek en modern. Het Van Gogh Museum, met jaarlijks ruim 2 miljoen bezoekers, staat voor de uitdaging om een jonger publiek te blijven trekken zonder de kerncollectie te verwaarlozen. Westenbergs ervaring met tentoonstellingen die historische en eigentijdse kunst combineren—zoals haar geprezen project De Verbeelding van Zuid in Schiedam—kan hierin een sleutelrol spelen.

Ook de internationale uitstraling van de sector krijgt een impuls. Westenbergs netwerk in het buitenland, opgebouwd tijdens samenwerkingen met instellingen als het Centre Pompidou en Tate Modern, versterkt de positie van Amsterdam als cultureel knooppunt. Voor Nederlandse kunstenaars en curatoren opent dit mogelijkheden voor grotere zichtbaarheid op het wereldtoneel.

Critici benadrukken wel dat de echte test ligt in balans: hoe behoudt het museum zijn identiteit als toewijding aan Vincent van Gogh, terwijl het tegelijkertijd ruimte maakt voor experiment? Westenbergs benadering—altijd gericht op verhalen achter de kunst in plaats van alleen de objecten zelf—zou weleens het antwoord kunnen bieden.

Met de benoeming van Monique Westenberg als nieuwe directeur van het Van Gogh Museum krijgt een van Nederlands meest iconische culturele instellingen een leidersfiguur met diepgaande kennis van moderne kunst en een scherp oog voor innovatie. Haar achtergrond bij het Stedelijk Museum en haar internationale netwerk beloven een frisse wind door de Amsterdamse museumwereld, waar traditie en vernieuwing steeds vaker hand in hand moeten gaan. Wie haar carrière volgt, doet er verstandig aan de komende jaren vooral te letten op hoe ze het museum verder digitaliseert en het publiek op onconventionele manieren bij Vincent van Goghs erfenis betrekt—een benadering die al in haar eerdere projecten doorschemert. Onder Westenbergs leiding staat het Van Gogh Museum aan de vooravond van een periode waarin kunst, technologie en maatschappelijk debat nog nadrukkelijker met elkaar zullen versmelten.