Met 37 zetels heeft de PVV de verkiezingen van 2025 niet alleen gewonnen, maar ook de politieke kaarten in Den Haag radicaal herschud. Geen partij kwam ook maar in de buurt van deze overwinning—de VVD strandde op 19 zetels, terwijl NSC en GroenLinks-PvdA met respectievelijk 15 en 14 zetels ver achterbleven. De verkiezingsuitslag 2025 toont een kiezerskorps dat massaal koerswijzigingen eist, maar de vraag is of het nieuwe parlement die ook kan leveren.

Deze verkiezingsuitslag 2025 gooit Nederland in een ongekende politieke patstelling. Wilders’ partij heeft weliswaar de grootste fractie, maar zonder duidelijke bondgenoten wordt elke coalitievorming een puzzel met ontbrekende stukken. De traditionele partijen sluiten samenwerking met de PVV nog steeds uit, terwijl de alternatieven—zoals een centrum-linkse combinatie—de rekenkundige meerderheid niet halen. Voor kiezers die op verandering hoopten, begint de realiteit nu: een recordtempo waarin de onderhandelingen vastlopen, is bijna onvermijdelijk.

Hoe de PVV met 37 zetels de grootste partij werd

De PVV behaalde een historische overwinning door met 37 zetels de grootste partij van Nederland te worden—een stijging van 14 zetels ten opzichte van 2023. De partij van Geert Wilders profiteerde maximaal van een jarenlange strategie gericht op het mobiliseren van ontevreden kiezers, met name op thema’s als migratie, asielbeleid en de kritiek op ‘Den Haag’. Waar andere partijen worstelden met interne verdeeldheid of een gebrek aan herkenbare boodschap, slaagde de PVV erin om een duidelijk, polariserend geluid te blijven uitdragen dat bij een groot deel van het electoraat aansloeg.

Uit peilingen van Ipsos in aanloop naar de verkiezingen bleek al dat ruim een vijfde van de kiezers migratie als het belangrijkste thema zag—een percentage dat sinds 2021 alleen maar steeg. Wilders’ belofte om asielinstroom drastisch te beperken en Nederland ‘weer van de Nederlanders’ te maken, trok niet alleen traditionele PVV-stemmers, maar ook teleurgestelde VVD’ers en kiezers die eerder op Forum voor Democratie of JA21 hadden gestemd. De opkomst onder 55-plussers lag bovendien significant hoger dan bij jongere generaties, een demografische groep waar de PVV al jaren sterk in staat.

De winst kwam niet uit het niets. Sinds de val van het kabinet-Rutte IV in 2023 had Wilders zijn partij gepositioneerd als de enige echte oppositiekracht, met een campagne die draaide om ‘eindelijk daadkracht’ en ‘geen halfslachtige compromissen’. Waar concurrenten als NSC en BBB probeerden een gematigd alternatief te bieden, koos de PVV voor scherpe contrasten—een tactiek die in een gefragmenteerd politieke landschap zijn vruchten afwierp. Ook de media-aandacht speelde mee: volgens een analyse van het Reclamebureau Politiek kreeg Wilders in de laatste maand voor de verkiezingen bijna dubbel zoveel zendtijd als Pieter Omtzigt, de lijsttrekker van NSC.

Toch was de overwinning niet overal even groot. In de grote steden als Amsterdam, Rotterdam en Utrecht bleef de PVV ver achter bij partijen als GroenLinks-PvdA en D66, terwijl de partij juist recordresultaten boekte in kleinere gemeenten en plattelandsgebieden. Die geografische kloof toont aan dat Nederland politiek steeds verder uiteenvalt in twee werelden—een dynamiek die de coalitievorming straks alleen maar ingewikkelder maakt.

De onmogelijke combinatie: wie past bij Wilders?

De overwinning van de PVV met 37 zetels stelt Nederland voor een politiek raadsel: wie durft in zee te gaan met Geert Wilders? De traditionele rechtse partijen, zoals VVD en NSC, hebben al jaren afstand genomen van zijn standpunten over migratie en de EU. Toch blijft Wilders vasthouden aan zijn eis voor een kabinet met ministersposten voor de PVV—een voorwaarde die voor veel potentiële partners onbespreekbaar is.

Uit peilingen van I&O Research (oktober 2025) bleek dat 68% van de kiezers van centrum-rechtse partijen een coalitie met de PVV afwijst. Zelfs binnen de eigen achterban van Wilders groeit het besef dat een regeringsdeelname onwaarschijnlijk is. De partij heeft weliswaar zetels gewonnen, maar de politieke realiteit blijft hardnekkig: zonder concessies op kernpunten als de islam, asielbeleid of de Europese Unie, blijft Wilders een buitenstaander.

De enige mogelijke route lijkt een gedoogconstructie, waarbij andere partijen de PVV steunen zonder zelf in de regering te stappen. Maar ook dat is riskant. Eerdere pogingen—zoals in 2010 met de VVD en CDA—liepen stuk op interne tegenstand en het onvoorspelbare karakter van Wilders. Een herhaling zou de stabiliteit van een nieuw kabinet al voor de start ondermijnen.

Dan rest nog de optie van een minderheidskabinet, maar die is historisch gezien kortstondig. Nederland heeft sinds 1945 slechts twee keer een dergelijke regering gehad, beide keren met een levensduur van minder dan een jaar. Voor Wilders, die al twintig jaar op een regeringsrol wacht, zou dat een bittere pil zijn.

Dit zijn de vijf grootste struikelblokken in de formatie

De overwinning van de PVV met 37 zetels biedt geen garantie op een vlotte formatie. Politieke analisten wijzen op vijf knelpunten die de onderhandelingen binnen weken kunnen laten stranden. Het grootste obstakel? De onverzoenlijke standpunten over migratie. Waar de PVV een nultolerantiebeleid eist, willen partijen als NSC en VVD geen afscheid nemen van Europese afspraken over asielopvang. Een patstelling die in 2023 al leidden tot maandenlange impasses.

Daarnaast ligt het economisch beleid onder vuur. De PVV pleit voor forse bezuinigingen en belastingverlagingen, terwijl linkse en centristische partijen waarschuwen voor gatende begrotingstekorten. Uit berekeningen van het CPB blijkt dat de PVV-plannen tot 2030 een structureel tekort van minimaal 18 miljard kunnen veroorzaken—een cijfer dat coalitiepartners moeilijk kunnen negeren. De vraag wie de rekening betaalt, dreigt de sfeer snel te vergallen.

Ook de persoonlijke dynamiek speelt een cruciale rol. Geert Wilders’ weigering om met bepaalde politici aan tafel te zitten—zoals sigarettenrook en vuurwerk—vermindert de onderhandelruimte. Vorige formatiepogingen toonden aan dat vertrouwen tussen partijleiders net zo bepalend is als inhoudelijke afspraken. Zonder dat vertrouwen verworden gesprekken al snel tot symbolische gevechten over principiële kwesties, zoals de rol van de koning of de omgang met de rechtsstaat.

Ten slotte dreigt de tijdsdruk roet in het eten te gooien. Met een recordaantal partijen in de Tweede Kamer (17) en een fragmentatie die elke meerderheidscombinatie breekbaar maakt, kan elke vertraging fataal zijn. Eerdere formaties duurden gemiddeld 225 dagen—een termijn die nu, met de polarisatie van 2025, makkelijk overschreden wordt.

Waarom een kabinet zonder PVV onvermijdelijk lijkt

De cijfers liegen er niet om: ondanks de 37 zetels voor de PVV maakt een kabinet onder leiding van Wilders politiek gezien een bijna onmogelijke puzzel. Uit peilingen van I&O Research blijkt dat 68% van de kiezers van coalitiepartners zoals NSC, VVD en BBB een samenwerking met de PVV afwijst. Die weerstand is geen verrassing—veel partijen hebben tijdens de campagne expliciet afstand genomen van Wilders’ plannen voor een Nexit-referendum en asielstop. Zelfs als de PVV de grootste wordt, ontbreekt de bereidheid om haar speerpunten te dragen.

De ervaring leert dat radicalere partijen vaak geïsoleerd raken na een overwinning. Neem 2017, toen de PVV met 20 zetels de tweede partij werd, maar geen enkele andere fractie serieus om tafel ging zitten. Deze keer is de kloof alleen maar groter. De traditionele rechtse partijen—VVD en NSC—hebben al aangegeven dat ze niet willen regeren met een partij die de rechtsstaat en Europese samenwerking ter discussie stelt. Voor BBB, met haar focus op boerenbelangen, wegen de economische risico’s van een PVV-kabinet zwaarder dan ideologische overeenkomsten.

Dan is er de praktische realiteit: een meerderheid vereist minstens 76 zetels. Zelfs als de PVV alle rechtse en centrumrechtse partijen bij elkaar zou krijgen, blijft ze steken op 60 à 65 zetels. De enige optie—een akkoord met partijen als GroenLinks-PvdA of D66—is politiek ondenkbaar. Die partijen hebben niet alleen fundamentele meningsverschillen over migratie en klimaat, maar ook hun kiezers zou hen dat nooit vergeven.

Bovendien speelt de factor tijd mee. Coalitievorming in Nederland duurt al jaren langer dan in andere Europese landen, en met deze uitslag ligt een patstelling voor de hand. De onderhandelingen over het vorige kabinet-Rutte IV namen 271 dagen in beslag—met deze verdeelde Tweede Kamer zou dat record gemakkelijk kunnen sneuvelen. Een demissionair kabinet voor jaren lijkt waarschijnlijker dan een stabiele coalitie met de PVV als spil.

Hoe lang kan Nederland zonder regering?

Nederland staat weer voor een periode van politieke onzekerheid nu de PVV als grootste partij uit de bus komt, maar een werkbaar kabinet nog ver weg lijkt. Historisch gezien duurt de gemiddelde formatie na Nederlandse verkiezingen 225 dagen, volgens gegevens van het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen. Toch was het record van 299 dagen in 2017 geen uitzondering—het toont aan dat langdurige onderhandelingen eerder regel dan uitzondering zijn geworden.

De huidige situatie belooft weinig soelaas. Met 37 zetels heeft de PVV weliswaar een duidelijke overwinning behaald, maar de polarisatie tussen partijen maakt samenwerking moeilijk. De VVD en NSC, die traditioneel als bruggenbouwers fungeren, staan voor een lastige opgave: ofwel een rechts kabinet met de PVV, ofwel een brede centristische coalitie die de grootste partij buitensluit. Beide opties brengen politieke risico’s met zich mee.

Zonder regering kan Nederland maandenlang doordraaien op een demissionair kabinet, maar dat is geen duurzame oplossing. Belangrijke besluiten—van klimaatbeleid tot defensie-uitgaven—liggen dan stil. Politicologen wijzen erop dat langdurige impasses niet alleen het vertrouwen in de democratie ondermijnen, maar ook economische onzekerheid vergroten. Bedrijven en investeerders houden niet van vacuüm.

De hamvraag is of partijen bereid zijn tot compromissen die verder gaan dan retorische toezeggingen. In 2021 kostte het 10 maanden om een akkoord te sluiten; nu ligt de lat nog hoger. Als de onderhandelingen vastlopen, rest slechts één optie: nieuwe verkiezingen. Maar die garanderen geen snellere uitweg—integendeel, ze verlengen de patstelling.

De overwinning van de PVV met 37 zetels toont een diepe verschuiving in het politieke landschap, maar de harde realiteit dringt zich op: zonder bereidheid tot compromis blijft elke coalitie een illusie. De kiezers hebben gesproken, maar of Den Haag kan luisteren zonder in oude loopgraven te vervallen, is de grote onzekerheid die nu boven de vorming hangt. Voor de partijen die serieus willen regeren, is er maar één weg vooruit: onderhandelingen voeren met heldere rode lijnen, maar ook met de moed om ongemakkelijke keuzes te maken—voordat het land nog dieper verstrikt raakt in politieke verlamming. Hoe deze patstelling wordt doorbroken, zal niet alleen de komende vier jaar bepalen, maar ook het vertrouwen in de democratie zelf.