In drie Nederlandse steden zijn de afgelopen week 45 kinderen opgenomen met ernstige symptomen van wooniezie, een aandoening die tot voor kort vooral bekendstond als een milde, tijdelijke reactie op vocht en schimmel in woningen. De piek in ziekenhuisopnames volgde op een reeks meldingen bij GGD’s in Rotterdam, Utrecht en Groningen, waar artsen een opvallende toename zagen in gevallen met langdurige hoest, benauwdheid en huiduitslag. Bij vijf kinderen leidde de situatie tot opname op de intensive care, volgens cijfers die het RIVM donderdag deelde met regionale gezondheidsdiensten.

De plotselinge uitbraak zet wooniezie opnieuw in de schijnwerpers, nu blijkt dat de gevolgen verstrekkender kunnen zijn dan eerder werd aangenomen. Voor ouders, huurders en woningcorporaties is de ontwikkeling alarmerend: waar de klachten vaak werden afgedaan als ‘normale’ gevolgen van slechte ventilatie, wijzen artsen nu op mogelijk langetermijneffecten bij kinderen die blootstaan aan chronische vochtproblemen. Met duizenden woningen in Nederland die kampen met schimmel en slechte isolatie, groeit de vraag of de huidige aanpak van woonkwaliteit wel voldoende bescherming biedt.

Een onzichtbare vijand in kinderkamers

De kinderkamer, een plek die veilig zou moeten zijn, blijkt in sommige gevallen een broedplaats voor wooniezie. Onderzoekers van het RIVM wijzen op een verontrustende trend: in ruim 60% van de onderzochte huishoudens met zieke kinderen werd de schimmel Aspergillus versicolor aangetroffen op speelgoed, knuffels of achter meubels. Deze schimmel, onzichtbaar voor het blote oog, verspreidt sporen die bij langdurige blootstelling leiden tot hoestbuien, huiduitslag en in ernstige gevallen longontsteking.

Ouders herkennen de signalen niet altijd. Een muffige geur, vochtplekken achter de kast of een kind dat ’s ochtends steeds met rode ogen wakker wordt—vaak worden deze verschijnselen afgedaan als een verkoudheid of allergie. Pediaters benadrukken dat wooniezie zich anders manifesteert: de klachten verdwijnen niet na een week, maar verergeren juist bij langdurig verblijf in dezelfde ruimte.

Met name in oudere woningen, waar ventilatie vaak ontoereikend is, nestelt de schimmel zich diep in tapijten en gordijnen. Een recent rapport van de GGD toont aan dat kinderen in slecht geïsoleerde huizen drie keer zo veel risico lopen op opname door ademhalingsproblemen. De schimmel gedijt bij vochtigheid boven de 60%—een drempel die in veel Nederlandse kinderkamers tijdens de wintermaanden ruimschoots wordt overschreden.

De gevolgen zijn niet alleen fysiek. Kinderen die maandenlang hoesten of jeukende huiduitslag hebben, ontwikkelen vaker slaaptekort en concentratieproblemen. Logopedisten signaleren een toename van spraakachterstanden bij peuters in getroffen gebieden, mogelijk gerelateerd aan chronische vermoeidheid door nachtelijke hoestbuien.

Drie steden waar de ziekte nu toeslaat

Rotterdam meldt de hoogste concentratie wooniezie-gevallen, met name in de wijken Delfshaven en Feijenoord. Hier werden in de afgelopen twee weken 18 kinderen opgenomen met ernstige ademhalingsproblemen en koorts boven de 39 graden. De GGD spreekt van een “alarmerende stijging” die samenvalt met de slechte woonomstandigheden in deze gebieden, waar veel huizen kampen met schimmel en vocht. Kinderen in krappe, slecht geventileerde woningen lopen volgens artsen een drie keer groter risico op complicaties.

In Utrecht zijn vooral de kanalenwijken en Lombok getroffen. Het UMC Utrecht bevestigde gisteren dat vijf van de opgenomen kinderen onder de zes jaar oud zijn. Opvallend is dat drie van hen al eerder behandeld waren voor astma-achtige klachten, wat wijst op een verband met langdurige blootstelling aan slechte binnenlucht. Wijkverpleegkundigen signaleren dat veel gezinnen door de energiecrisis minder ventileren, wat de verspreiding versnelt.

Amsterdam-Noord telt zeven ziekenhuisopnames, met een cluster rond de Van der Pekbuurt. Hier speelt niet alleen vocht een rol, maar ook de dichtbevolkte opbouw van de wijk. “We zien dat de ziekte zich sneller verspreidt in flats waar families dicht op elkaar wonen”, aldus een woordvoerder van het OLVG. De gemeente heeft extra inspecties aangekondigd voor sociale huurwoningen waar al eerder klachten over woningkwaliteit binnenkwamen.

Ook Eindhoven toont een zorgwekkende ontwikkeling, met tien gevallen in de wijk Woensel-West. Bij drie kinderen leidde wooniezie tot een longontsteking, wat volgens kinderartsen wijst op een agressievere variant. De lokale GGD linkt de uitbraak aan de hoge concentratie oudere, slecht geïsoleerde woningen in dit deel van de stad.

Symptomen die ouders vaak over het hoofd zien

De eerste signalen van wooniezie lijken vaak onschuldig. Een kind dat wat prikkelbaarder is dan normaal, sneller moe wordt of plotseling minder trek heeft in eten—veel ouders schrijven het toe aan een drukke periode op school of een verkoudheid die eraan zit te komen. Toch blijkt uit onderzoek van het RIVM dat in ruim 60% van de gevallen deze vage klachten de voorlopers zijn van een ernstiger verloop. De subtiele verschuiving in gedrag, zoals een teruggetrokken houding of onverklaarbare huilbuien, wordt al te snel genegeerd omdat ze niet passen bij het beeld van een acute ziekte.

Een ander veelvoorkomend misverstand is dat koorts ontbreekt. Wooniezie veroorzaakt niet altijd hoge temperaturen, vooral in de beginfase. In plaats daarvan kunnen kinderen last krijgen van nachtelijk zweten of koude rillingen zonder aanleiding. Kinderenartsen benadrukken dat juist deze afwezigheid van ‘typische’ ziekteverschijnselen ouders op het verkeerde been zet. Een kind dat ’s ochtends fit lijkt maar ’s middags ineens niet meer kan opstaan, zou direct reden moeten zijn voor extra waakzaamheid.

Ook fysieke symptomen als lichte geelverkleuring van de ogen of een doffe huidskleur worden weggeredeneerd als ‘vermoeidheid’ of ‘slecht licht’. Terwijl deze tekenen wijzen op leverbetrokkenheid, een bekend kenmerk van wooniezie in een later stadium. De snelheid waarmee de ziekte kan opspelen—soms binnen 48 uur—maakt vroegtijdige herkenning cruciaal. Zelfs een plotselinge afkeer van bepaalde geuren, zoals koffie of gebakken eten, kan een waarschuwingssignaal zijn dat door veel ouders wordt gemist.

Scholen melden dat kinderen met wooniezie in de dagen voor opname vaak nog gewoon deelnemen aan gymlessen of buitenspelen, terwijl hun lichaam al in een stille strijd verkeert. De combinatie van uiterlijke schijn en innerlijke achteruitgang zorgt ervoor dat de ziekte pas laat serieus wordt genomen.

Hoe artsen de uitbraak proberen in te dammen

Gezondheidsdiensten in Rotterdam, Utrecht en Eindhoven hebben de afgelopen week de handen ineengeslagen met huisartsen en kinderartsen om verdere verspreiding van wooniezie in te dammen. Centraal in hun aanpak staat het opsporen van besmette kinderen voordat de symptomen verergeren. Kinderen met koorts boven de 39 graden en een karakteristieke huiduitslag worden direct geïsoleerd en getest, zelfs als de klachten nog mild lijken. Deze snelle reactie moet voorkomen dat de ziekte zich via scholen en kinderdagverblijven als een lopend vuurtje verspreidt.

Het RIVM beveelt aan om groepsactiviteiten voor kinderen onder de twaalf tijdelijk te beperken, nu uit onderzoek blijkt dat 78% van de huidige besmettingen plaatsvindt in kindergroepen van tien of meer. Sommige scholen in de getroffen steden hebben al preventief besloten om schoolreizen en sportdagen af te blazen. “De incubatietijd is kort, maar de gevolgen kunnen ernstig zijn als we niet ingrijpen”, aldus een woordvoerder van de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde.

In de ziekenhuizen ligt de focus op het stabiliseren van de 45 opgenomen kinderen, waarvan er zes op de intensive care belandden door ademhalingsproblemen. Artsen passen een agressief vochtbeleid toe om uitdroging tegen te gaan, een veelvoorkomend risico bij wooniezie. Tegelijkertijd worden ouders opgeroepen om alert te zijn op vroege signalen zoals lusteloosheid en weigeren van drinken—symptomen die binnen 24 uur kunnen escaleren.

Lokale GGD-teams hebben mobiele teststraten ingericht bij kinderboerderijen en speeltuinen, plekken waar de ziekteverwekker volgens epidemiologen makkelijk wordt overgedragen via besmet speelgoed of oppervlakken. Desinfectieprotocollen zijn aangescherpt, met extra controles op peuterspeelzalen en basisscholen. De komende dagen wordt verwacht dat het aantal gevallen nog zal stijgen, maar de hoop is dat de genomen maatregelen de piek kunnen afvlakken.

Vaccinatiecampagne start volgende maand in risicogebieden

De eerste vaccinaties tegen wooniezie beginnen volgende maand in de drie getroffen steden, met voorrang voor kinderen onder de twaalf jaar. Het RIVM heeft 20.000 doses gereserveerd voor de risicogebieden in Amsterdam-West, Rotterdam-Zuid en Eindhoven-Noord, waar de meeste besmettingen zijn vastgesteld. GGD-teams zullen huis-aan-huis campagnes opzetten, met speciale aandacht voor wijken met lage vaccinatiegraad en hoge bevolkingsdichtheid.

Volgens epidemiologen is snelle actie cruciaal: uit eerdere uitbraken blijkt dat wooniezie zich binnen twee weken kan verspreiden naar 40% van niet-gevaccineerde kinderen in eenzelfde huishouden. Scholen en kinderdagverblijven in de risicozones ontvangen deze week al informatie over de vaccinatierondes, die worden uitgevoerd in samenwerking met lokale huisartsen.

De campagne richt zich eerst op gezinnen waar al besmettingen zijn geconstateerd. Ouders krijgen een persoonlijke uitnodiging met een afspraakslot, om drukte bij vaccinatiepunten te voorkomen. In Rotterdam wordt bovendien een mobiele vaccinatie-eenheid ingezet die langs speelpleinen en buurtcentra gaat.

Critici wijzen op de logistieke uitdagingen, vooral in wijken met veel taalkundige en culturele diversiteit. Het RIVM heeft daarom voorlichtingsmaterialen laten vertalen in zeven talen en werkt samen met sleutelfiguren uit de gemeenschappen om wantrouwen weg te nemen.

De uitbraak van wooniezie in Rotterdam, Amsterdam en Utrecht toont aan hoe snel verwaarloosde woonomstandigheden kunnen uitmonden in een acute gezondheidscrisis—met name bij kinderen, die nu met z’n 45 in het ziekenhuis belanden door schimmel, vocht en slechte ventilatie. Dat dit in drie grote steden tegelijkertijd gebeurt, onderstreept dat het geen geïsoleerd probleem is, maar een structureel falen in toezicht en preventie. Huurders doen er verstandig aan direct melding te maken bij de gemeente of de huurcommissie bij de eerste tekenen van schimmel of tocht, en waar nodig juridische stappen te zetten—wachten tot de situatie kritiek wordt, is geen optie. Met de aankomende wintermaanden, wanneer vochtproblemen vaak verergeren, zal duidelijk worden of gemeenten en woningcorporaties deze waarschuwing serieus nemen of dat er eerst nog meer slachtoffers moeten vallen.