Op zondag 30 maart 2025 gaat de klok om 02:00 uur weer een uur vooruit—een ritueel dat al sinds 1977 de Nederlandse zomers inluidt. Met die sprong naar zomertijd wint het land niet alleen langer daglicht in de avond, maar ook de jaarlijkse discussie over de noodzaak ervan. Terwijl de Europese Unie al jaren twijfelt over afschaffing, blijft Nederland voorlopig vasthouden aan het klok verzetten, met alle praktische gevolgen van dien: van verstoringen in slaapritmes tot aanpassingen in treindienstregelingen.
Voor veel mensen is het klok verzetten een klein ongemak met een groot effect. De overgang naar zomertijd betekent donkere ochtenden voor woon-werkverkeer, maar ook langere avonden om te genieten van terrassen of buitenactiviteiten. Bedrijven in de horeca en toerisme kijken er vaak naar uit, terwijl gezondheidsexperts waarschuwen voor de kortstondige impact op productiviteit en welzijn. Of het nu gaat om een slimme telefoon die automatisch meeschakelt of een oude wekker die handmatig moet worden bijgesteld—de laatste zondag van maart dwingt iedereen om even stil te staan bij de tijd.
Waarom we nog steeds de klok verzetten
De klok verzetten blijft een jaarlijks ritueel, ondanks decennialang debat over de zin ervan. Oorspronkelijk bedoeld om energie te besparen tijdens de Eerste Wereldoorlog, houdt de zomertijd in veel landen stand door een mix van traditie, economische belangen en praktische overwegingen. Onderzoek van de Europese Commissie uit 2018 toonde aan dat 84% van de 4,6 miljoen respondenten de seizoensgebonden tijdswisseling wilde afschaffen—toch blijft het systeem voorlopig gehandhaafd.
Een belangrijke reden is de vermeende economische voordelen voor bepaalde sectoren. Detailhandel, horeca en toerisme profiteren van langere avondlichturen, die consumenten aanmoedigen om langer buiten te blijven en meer uit te geven. Landbouworganisaties wijzen erop dat natuurlijke daglichtcycli beter aansluiten bij de zomertijd, vooral in de avonduren.
Technische en logistieke uitdagingen vertragen afschaffing. Een uniforme Europese aanpak ontbreekt, terwijl individuele landen aarzelen om solo af te wijken. Verkeersveiligheid speelt ook een rol: donkere ochtenden in de wintertijd zouden het aantal ongelukken tijdens spitsuren kunnen doen stijgen, volgens verkeersdeskundigen.
Critici benadrukken dat de energiebesparing die ooit het hoofdargument was, nauwelijks nog opweegt tegen de nadelen. Moderne verlichting en verwarmingssystemen maken het effect minimaal. Toch blijft de klok verzetten—voorlopig—een vast onderdeel van het voorjaar.
Precies dit moment: zondag 30 maart 2025 om 2.00 uur
Op zondag 30 maart 2025 schuift Nederland om 02.00 uur weer naar de zomertijd. De klok springt dan een uur vooruit, van 02.00 uur direct naar 03.00 uur. Voor wie graag uitslaapt, betekent dit een uur minder onder de wol. De overgang naar zomertijd markeert het begin van langere avonden, maar vraagt vaak ook een paar dagen om aan het nieuwe ritme te wennen.
Deze jaarlijkse wijziging is sinds 1996 in heel Europa gelijkgetrokken. Onderzoek van de Europese Commissie toont aan dat ongeveer 60% van de Europeanen de tijdzonewijzigingen liever zou afschaffen, met name vanwege de verstoring van het biologische ritme. Toch blijft de regel voorlopig van kracht, ook al discussiëren politici al jaren over een mogelijk einde aan het klokverzetten.
Voor nachtbrakers en early birds heeft de overgang verschillende gevolgen. Wie op zaterdagavond laat uitgaat, merkt weinig van het uur dat ‘verdwijnt’—behalve misschien een kortere nacht. Maar voor vroege vogels kan de ochtend donkerder aanvoelen, omdat de zon pas later opkomt. Bedrijven als de horeca en transportsector passen hun dienstregelingen automatisch aan, maar particuliere afspraken in de vroege uurtjes van zondag vragen om extra aandacht.
De zomertijd duurt tot het laatste weekend van oktober, wanneer de klok weer een uur teruggaat. Tot die tijd genieten Nederlanders van avonden waar het tot bijna 22.00 uur licht blijft—ideaal voor terrasjes, avondwandelingen of een laat potje voetbal in het park.
Hoe de tijdwijziging je slaap en ritme beïnvloedt
Het verzetten van de klok voor zomertijd gooit het interne ritme van veel mensen in de war. Een uur minder slaap lijkt misschien onschuldig, maar onderzoek toont aan dat het weken kan duren voordat het lichaam zich volledig heeft aangepast. Vooral de eerste dagen na de overgang kampen mensen met vermoeidheid, concentratieproblemen en een lagere productiviteit. De biologische klok, die normaal gesproken wordt gereguleerd door daglicht, raakt tijdelijk uit balans.
Slaapdeskundigen waarschuwen dat de effecten verder gaan dan alleen een slaperig gevoel bij het ontwaken. Uit een studie van de European Sleep Research Society bleek dat het aantal mensen met slaaptekort stijgt met zo’n 15% in de week na de tijdwijziging. Lichte slapers en mensen met een onregelmatig slaappatroon hebben er het meest last van. Ook avondmensen, die van nature later naar bed gaan, ervaren meer moeite om op tijd in slaap te vallen wanneer de klok wordt verzet.
De impact strekt zich uit tot het dagritme. Maaltijden, lichaamsbeweging en zelfs de hormoonhuishouding verschuiven mee. Wie ’s avonds normaal gesproken om 22:00 uur moe wordt, voelt die vermoeidheid na de tijdwijziging pas een uur later – terwijl de wekker de volgende ochtend gewoon op de gebruikelijke tijd afgaat. Dat zorgt voor een jetlag-achtig effect, zonder dat er daadwerkelijk gereisd is.
Gelukkig zijn er manieren om de overgang te verzachten. Het geleidelijk aanpassen van bedtijden in de dagen voor de wijziging, voldoende daglicht opdoen in de ochtend en het vermijden van schermen voor het slapengaan helpen het lichaam sneller te wennen. Toch blijft de tijdwijziging voor velen een jaarlijks terugkerende uitdaging – vooral voor wie al gevoelig is voor slaapverstoring.
Zo vergeet je nooit meer of de klok nu vooruit of achteruit gaat
De jaarlijkse dans met de klok blijft voor veel Nederlanders een bron van verwarring. Uit onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen blijkt dat zo’n 40 procent van de bevolking minstens één keer per jaar de verkeerde kant op draait met de wijzers. Gelukkig bestaat er een eenvoudige truc die het onthouden kinderspel maakt: de zomer-tijd-regel.
Denk aan het woord “voorjaar”. De klok gaat in het voorjaar vooruit. Dat eenvoudige ezelsbruggetje werkt al decennia. Het laatste weekend van maart schuift de tijd een uur voorwaarts, wat betekent dat ’s avonds het licht langer blijft – ideaal voor de lengende dagen.
In de herfst draait de logica om. Het woord “achter” in “najaar” helpt hier: de klok gaat dan een uur achteruit. Deze aanpassing vindt plaats in het laatste weekend van oktober. Wie moeite heeft met abstracte regels, kan denken aan de zon: in de zomer wil je meer licht (dus klok vooruit), in de winter juist eerder donker (dus klok achteruit).
Voor wie toch twijfelt: moderne smartphones en slimme apparaten passen de tijd automatisch aan. Toch loont het om de regel te kennen – vooral voor wie mechanische klokken, ovenklokken of autoradio’s handmatig moet bijstellen. Een kleine moeite voor een jaar zonder tijdchaos.
Einde aan de zomertijd? Wat de EU-plannen betekenen
De Europese Commissie stelde in 2018 voor om de seizoensgebonden tijdswisseling af te schaffen, maar vijf jaar later ligt het dossier nog steeds stil. Het plan om definitief te stoppen met het verzetten van de klok strandde op verdeeldheid tussen de lidstaten. Sommige landen, zoals Finland en Portugal, wilden permanent zomertijd behouden, terwijl anderen – waaronder Nederland – de voorkeur gaven aan wintertijd. Zonder unanimiteit kon de wetgeving niet doorgaan.
Uit een Eurobarometer-enquête uit 2018 bleek dat 84% van de Europeanen voorstander was van afschaffing. Toch toonde latere analyse aan dat de voorkeuren sterk uiteenliepen per regio. Noorderlingen kozen massaal voor zomertijd om langer licht in de avond te hebben, terwijl zuidelijke landen vreesden voor nog hetere zomers en hogere energiekosten door een uur extra zon in de middag.
De impasse betekent dat de klok voorlopig twee keer per jaar blijft verzetten. De Europese Commissie heeft het onderwerp niet definitief van tafel geveegd, maar een nieuwe poging lijkt voorlopig onwaarschijnlijk. Experts wijzen erop dat de technische en logistieke gevolgen – van treindiensten tot digitale systemen – een grote operatie vereisen die jaren voorbereiding vraagt.
Voor Nederland zou een eventuele overstap naar permanente zomertijd betekenen dat het ’s winters pas om 9.30 uur licht wordt in Groningen. Bij wintertijd zou de zon in juli al om 4.30 uur opkomen. Beide scenario’s hebben ingrijpende gevolgen voor slaapritmes, verkeersveiligheid en energieverbruik.
De zomertijd begint in 2025 opnieuw op het laatste weekend van maart, wanneer de klok zaterdag 29 op zondag 30 maart om 02:00u een uur vooruitspringt—een vast ritueel dat de avonden langer maakt maar de ochtenden donkerder. Wie de overgang soepel wil laten verlopen, doet er goed aan al een week van tevoren geleidelijk eerder naar bed te gaan, vooral als slaapgebrek normaal gesproken voor problemen zorgt. Hoe lang deze jaarlijkse tijdswissel nog blijft bestaan, hangt af van de politieke besluitvorming in Brussel, waar het debat over afschaffing al jaren aansleept zonder concrete stappen.

